Artikel XI.75/13, WER

Art. XI.75/13. [1 § 1. Wanneer een lid van het Instituut voor Octrooigemachtigden in zijn hoedanigheid van octrooigemachtigde wordt geraadpleegd, mag niemand de voor dat doel uitgewisselde of tot uitwisseling bestemde communicatie tussen deze octrooigemachtigde en zijn cliënt openbaren of gedwongen worden deze te openbaren, in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures, tenzij de cliënt uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van dit recht.
   Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op de leden van het Instituut, onder voorbehoud van de bepalingen van internationale verdragen.
   § 2. De communicatie bedoeld in paragraaf 1 betreft onder meer alle communicatie aangaande:
   1° de beoordeling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding of van de opportuniteit tot het indienen van een octrooiaanvraag;
   2° de voorbereiding van een Belgische octrooiaanvraag, dan wel een internationale aanvraag waarin België wordt aangeduid, of de daaraan verbonden procedure;
   3° elk advies betreffende de geldigheid van, de beschermingsomvang van, of de inbreuk op een Belgisch octrooi of een Belgische octrooiaanvraag.
   § 3. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de leden van het Instituut en op hun aangestelden.
   Overtredingen op het verbod bedoeld in paragraaf 1 door deze personen begaan, worden gestraft met de sanctie voorzien in artikel 458 van het Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 34, 061; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
  

  
Bron: Justel