Artikel VII.95, WER
Art. VII.95. [1 § 1. De Koning kan de maximale termijn voor de terugbetaling van het krediet bepalen, rekening houdend met het geleende bedrag en de kredietsoort.
§ 2. De kredietopeningen van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan vijf jaar moeten een termijn van nulstelling voorzien waarbinnen het totaal terug te betalen bedrag dient betaald te worden. De Koning kan een maximale nulstellingstermijn bepalen.
§ 3. Indien een kredietovereenkomst, terugbetaalbaar in vaste termijnbedragen, de veranderlijkheid van de debetrentevoet toelaat, bepaalt de kredietovereenkomst dat bij aanpassing de consument het behoud van het termijnbedrag mag eisen, en eveneens de verlenging of de vermindering van de overeengekomen terugbetalingstermijn. De uitoefening van dit recht mag leiden tot overschrijding van de maximale terugbetalingstermijn bedoeld in § 1.
De kredietgever licht de consument uitdrukkelijk en voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst over dit recht in.
§ 4. [2 De kredietgever verwittigt de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn, alsook van de gevolgen van niet-betaling, met inbegrip van die als bepaald in artikel VII.100, op de nulstellingsdag:
1° in de achtste maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn, en 2° in de tweede maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn. In afwijking van het eerste lid, wanneer de kredietovereenkomst onderworpen is aan een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan een jaar, verwittigt de kredietgever de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn alsook van de gevolgen van niet-betaling op de nulstellingsdag ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de nulstellingstermijn.]2]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 17, 123; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
§ 2. De kredietopeningen van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan vijf jaar moeten een termijn van nulstelling voorzien waarbinnen het totaal terug te betalen bedrag dient betaald te worden. De Koning kan een maximale nulstellingstermijn bepalen.
§ 3. Indien een kredietovereenkomst, terugbetaalbaar in vaste termijnbedragen, de veranderlijkheid van de debetrentevoet toelaat, bepaalt de kredietovereenkomst dat bij aanpassing de consument het behoud van het termijnbedrag mag eisen, en eveneens de verlenging of de vermindering van de overeengekomen terugbetalingstermijn. De uitoefening van dit recht mag leiden tot overschrijding van de maximale terugbetalingstermijn bedoeld in § 1.
De kredietgever licht de consument uitdrukkelijk en voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst over dit recht in.
§ 4. [2 De kredietgever verwittigt de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn, alsook van de gevolgen van niet-betaling, met inbegrip van die als bepaald in artikel VII.100, op de nulstellingsdag:
1° in de achtste maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn, en 2° in de tweede maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn. In afwijking van het eerste lid, wanneer de kredietovereenkomst onderworpen is aan een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan een jaar, verwittigt de kredietgever de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn alsook van de gevolgen van niet-betaling op de nulstellingsdag ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de nulstellingstermijn.]2]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 17, 123; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
Bron: Justel
