Artikel VII.216/97, WER

Art. VII.216/97. [1 § 1. De protesten wegens niet-acceptatie of wegens niet-betaling worden door de gerechtsdeurwaarders opgemaakt.
   § 2. De protesten worden opgemaakt :
   1° aan de woonplaats of zetel aangewezen op het handelspapier, en bij ontbreken van aanwijzing, aan de laatste bekende woonplaats of zetel van de debiteur;
   2° aan de woonplaats of zetel van de personen die op het handelspapier, hetzij door de trekker, hetzij door de endossant zijn aangewezen om zo nodig het handelspapier te betalen;
   3° aan de woonplaats of zetel van de derde die bij tussenkomst heeft geaccepteerd.
   In geval van een valse of onjuiste aanwijzing van de woonplaats of zetel stelt de gerechtsdeurwaarder in de akte vast dat de debiteur niet is gevonden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 146, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel