Artikel XI.75/5, WER
Art. XI.75/5. [1 § 1. Elke persoon die wordt ingeschreven in het register van erkende gemachtigden, wordt lid van het Instituut voor Octrooigemachtigden.
Elke persoon bedoeld in artikel XI.64/3 die aan de voorwaarden van hetzelfde artikel voldoet, wordt automatisch en kosteloos lid van het Instituut.
§ 2. Elk lid van het Instituut kan om een tijdelijke opschorting van zijn lidmaatschap verzoeken.
§ 3. Het lidmaatschap van het Instituut vervalt:
1° voor elke persoon die wordt doorgehaald in het register van erkende gemachtigden bij toepassing van artikel XI.71 of artikel XI.72, eerste lid, 1° tot en met 6° ;
2° voor elk lid dat door de tuchtcommissie van het Instituut wordt veroordeeld tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut;
3° voor elk lid bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, dat niet langer aan de voorwaarden voldoet van artikel XI.64/3;
4° voor elk lid dat nalaat de vastgestelde jaarbijdrage te betalen.
§ 4. Het Instituut levert op verzoek van een lid een certificaat van lidmaatschap af.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere regels voor de in dit artikel bedoelde verwerving, tijdelijke opschorting of verval van lidmaatschap van het Instituut van een lid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 25, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020 en 01-04-2024 voor § 1, L2; § 3, 3°>
Elke persoon bedoeld in artikel XI.64/3 die aan de voorwaarden van hetzelfde artikel voldoet, wordt automatisch en kosteloos lid van het Instituut.
§ 2. Elk lid van het Instituut kan om een tijdelijke opschorting van zijn lidmaatschap verzoeken.
§ 3. Het lidmaatschap van het Instituut vervalt:
1° voor elke persoon die wordt doorgehaald in het register van erkende gemachtigden bij toepassing van artikel XI.71 of artikel XI.72, eerste lid, 1° tot en met 6° ;
2° voor elk lid dat door de tuchtcommissie van het Instituut wordt veroordeeld tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut;
3° voor elk lid bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, dat niet langer aan de voorwaarden voldoet van artikel XI.64/3;
4° voor elk lid dat nalaat de vastgestelde jaarbijdrage te betalen.
§ 4. Het Instituut levert op verzoek van een lid een certificaat van lidmaatschap af.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere regels voor de in dit artikel bedoelde verwerving, tijdelijke opschorting of verval van lidmaatschap van het Instituut van een lid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 25, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020 en 01-04-2024 voor § 1, L2; § 3, 3°>
Bron: Justel
