Artikel XV.67/3, WER

Art. XV.67/3.[1 § 1. Wanneer de FSMA, onverminderd [2 artikel 329, § 5, van de [3 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]3]2, vaststelt dat een kredietgever naar buitenlands recht die geregistreerd is overeenkomstig artikel VII. 174, § 4, zich niet schikt naar de voor hem geldende bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4 of wanneer de FOD Economie de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat een dergelijke kredietgever de bepalingen van boek VII [4 , titels 1 tot 6]4 of zijn uitvoeringsbesluiten en reglementen met uitzondering van de bepalingen van titel 4, hoofdstuk 4, heeft geschonden of ernstig schendt, maant de FSMA de kredietgever aan om de vastsgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt. Zij stelt de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst van deze kredietgever hiervan in kennis.
  Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen bij het verstrijken van deze termijn, kan de FSMA, onverminderd de toepassing van [2 artikel 329, § 6, van de [3 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]3]2 en na de in het eerste lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietgever en hem in het bijzonder de instelling verbieden een activiteit van kredietgever en, desgevallend van kredietbemiddelaar, verder te zetten in België. Deze beslissing wordt met een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht aan de kredietgever en hiervan wordt een kopie bezorgd aan de Nationale Bank van België en aan de FOD Economie.
  Als de kredietgever een kredietinstelling is, worden de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit onverwijld in kennis gesteld van de maatregelen die conform het vorige lid zijn genomen.
  § 2. Wanneer de FOD Economie, onverminderd [2 artikel 329, § 5, van de [3 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]3]2, de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat een kredietgever naar buitenlands recht die geregistreerd is conform artikel VII. 174, § 4 zich niet schikt naar de voor hem geldende bepalingen van algemeen belang, met uitzondering van boek VII [4 , titels 1 tot 6]4, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst van deze kredietgever hiervan in kennis.
  Als de betrokken kredietgever, ondanks de maatregelen die zijn genomen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van consumenten in België duidelijk schaadt, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietgever en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van kredietgever en desgevallend van kredietbemiddelaar verder te zetten in België. Deze beslissing wordt met een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de kredietgever en hiervan wordt een kopie bezorgd aan de Nationale Bank van België en aan de FOD Economie.
  Als de kredietgever een kredietinstelling is, worden de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit onverwijld in kennis gesteld van de maatregelen die conform het vorige lid zijn genomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 12, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 58, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  (3)<W 2016-10-25/04, art. 3, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (4)<W 2018-04-15/14, art. 203, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  
Bron: Justel