Artikel XI.75/8, WER
Art. XI.75/8.[1 § 1. De tuchtcommissie van het Instituut voor Octrooigemachtigden bestaat uit vier leden, inclusief de voorzitter. Behoudens de voorzitter, worden zij door de algemene vergadering uit haar leden verkozen [3 ...]3. Behoudens voor de voorzitter, verkiest de algemene vergadering uit haar leden voor elk effectief lid van de tuchtcommissie een plaatsvervanger [3 ...]3.
De voorzitter van de tuchtcommissie en zijn plaatsvervanger worden na advies van het College van de hoven en rechtbanken [3 ...]3 door de Koning benoemd op voordracht van de minister, uit de volgende personen:
1° de magistraten van de zetel die ten minste gedurende tien jaar voorafgaand aan hun benoeming de functie van magistraat uitoefenen;
2° de advocaten die ten minste gedurende tien jaar voorafgaand aan hun benoeming zijn ingeschreven aan de balie.
Twee leden van de tuchtcommissie dienen tot een andere taalgroep te behoren. De voorzitter en zijn plaatsvervanger dienen voor elke nieuwe periode waarvoor zij worden benoemd, te behoren tot een verschillende taalgroep dan tijdens de vorige periode.
[3 De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden en de plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen of benoemd en in welke mate deze periode voor de verkozen leden en de verkozen plaatsvervangende leden hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de nadere regels voor de opvolging van een lid van de tuchtcommissie.]3
§ 2. De tuchtcommissie heeft tot taak het tuchtreglement en de gedragsregels van toepassing op de leden van het Instituut te handhaven.
Op zijn eenvoudig verzoek, wordt de tuchtprocedure gevoerd in de taal van de taalgroep waartoe het vervolgde lid behoort. Het vervolgde lid dat niet over voldoende kennis beschikt van de taal van de tuchtprocedure, kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een tolk naar zijn keuze.
[2 De Koning bepaalt het tuchtreglement dat de tuchtprocedure voor de tuchtcommissie bevat. Onverminderd artikel XI.75/6, § 2, 9°, bepaalt de Koning in het tuchtreglement bijkomend het volgende:
1° de gedragsregels van toepassing op de leden van het Instituut, zoals onder meer een verplichting voor de leden om het Instituut kennis te geven van gerechtelijke, administratieve of tuchtprocedures die tegen hen lopen en betrekking hebben op de uitoefening van beroepen van gemachtigde inzake intellectuele eigendom, alsook van de beslissingen genomen in die procedures;
2° de vergoedingen die personen binnen het kader van een tuchtprocedure moeten voldoen aan het Instituut voor de compensatie van het geheel of een deel van de kosten van de tuchtprocedure.]2
§ 3. De tuchtcommissie neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen. Elk lid heeft recht op één stem. Wanneer geen meerderheid wordt bereikt, beslist de stem van de voorzitter.
Elke beslissing van de tuchtcommissie wordt uitdrukkelijk gemotiveerd.
§ 4. De zittingen van de tuchtcommissie zijn openbaar, tenzij zij om gewichtige redenen beslist dat de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren dient plaats te vinden.
§ 5. De tuchtcommissie kan de volgende tuchtstraffen uitspreken:
1° de waarschuwing;
2° de berisping;
3° een boete waarvan het bedrag niet hoger is dan het maximale bedrag voor een sanctie van niveau 1 bedoeld in artikel XV.70;
4° de doorhaling in de ledenlijst van het Instituut voor minstens de duur bedoeld in artikel XI.72, tweede lid.
§ 6. [2 Tegen de eindbeslissing van de tuchtcommissie in een tuchtprocedure staat beroep open bij het Hof van beroep te Brussel, overeenkomstig deel IV, boek IV, hoofdstuk XIXbis, afdeling 4, van het Gerechtelijk Wetboek. Beroep tegen tussenbeslissingen van de tuchtcommissie moet worden ingesteld samen met het beroep tegen de eindbeslissing.]2
De rechtsmiddelen ingesteld tegen de beslissingen van de tuchtcommissie hebben schorsende kracht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 28, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 15, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>
(3)<W 2023-11-05/07, art. 28, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
De voorzitter van de tuchtcommissie en zijn plaatsvervanger worden na advies van het College van de hoven en rechtbanken [3 ...]3 door de Koning benoemd op voordracht van de minister, uit de volgende personen:
1° de magistraten van de zetel die ten minste gedurende tien jaar voorafgaand aan hun benoeming de functie van magistraat uitoefenen;
2° de advocaten die ten minste gedurende tien jaar voorafgaand aan hun benoeming zijn ingeschreven aan de balie.
Twee leden van de tuchtcommissie dienen tot een andere taalgroep te behoren. De voorzitter en zijn plaatsvervanger dienen voor elke nieuwe periode waarvoor zij worden benoemd, te behoren tot een verschillende taalgroep dan tijdens de vorige periode.
[3 De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden en de plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen of benoemd en in welke mate deze periode voor de verkozen leden en de verkozen plaatsvervangende leden hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de nadere regels voor de opvolging van een lid van de tuchtcommissie.]3
§ 2. De tuchtcommissie heeft tot taak het tuchtreglement en de gedragsregels van toepassing op de leden van het Instituut te handhaven.
Op zijn eenvoudig verzoek, wordt de tuchtprocedure gevoerd in de taal van de taalgroep waartoe het vervolgde lid behoort. Het vervolgde lid dat niet over voldoende kennis beschikt van de taal van de tuchtprocedure, kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een tolk naar zijn keuze.
[2 De Koning bepaalt het tuchtreglement dat de tuchtprocedure voor de tuchtcommissie bevat. Onverminderd artikel XI.75/6, § 2, 9°, bepaalt de Koning in het tuchtreglement bijkomend het volgende:
1° de gedragsregels van toepassing op de leden van het Instituut, zoals onder meer een verplichting voor de leden om het Instituut kennis te geven van gerechtelijke, administratieve of tuchtprocedures die tegen hen lopen en betrekking hebben op de uitoefening van beroepen van gemachtigde inzake intellectuele eigendom, alsook van de beslissingen genomen in die procedures;
2° de vergoedingen die personen binnen het kader van een tuchtprocedure moeten voldoen aan het Instituut voor de compensatie van het geheel of een deel van de kosten van de tuchtprocedure.]2
§ 3. De tuchtcommissie neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen. Elk lid heeft recht op één stem. Wanneer geen meerderheid wordt bereikt, beslist de stem van de voorzitter.
Elke beslissing van de tuchtcommissie wordt uitdrukkelijk gemotiveerd.
§ 4. De zittingen van de tuchtcommissie zijn openbaar, tenzij zij om gewichtige redenen beslist dat de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren dient plaats te vinden.
§ 5. De tuchtcommissie kan de volgende tuchtstraffen uitspreken:
1° de waarschuwing;
2° de berisping;
3° een boete waarvan het bedrag niet hoger is dan het maximale bedrag voor een sanctie van niveau 1 bedoeld in artikel XV.70;
4° de doorhaling in de ledenlijst van het Instituut voor minstens de duur bedoeld in artikel XI.72, tweede lid.
§ 6. [2 Tegen de eindbeslissing van de tuchtcommissie in een tuchtprocedure staat beroep open bij het Hof van beroep te Brussel, overeenkomstig deel IV, boek IV, hoofdstuk XIXbis, afdeling 4, van het Gerechtelijk Wetboek. Beroep tegen tussenbeslissingen van de tuchtcommissie moet worden ingesteld samen met het beroep tegen de eindbeslissing.]2
De rechtsmiddelen ingesteld tegen de beslissingen van de tuchtcommissie hebben schorsende kracht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 28, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 15, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>
(3)<W 2023-11-05/07, art. 28, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
Bron: Justel
