Artikel VII.59/11, WER
Art. VII.59/11.[1 [2 De op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die betalingsdiensten aan ondernemingen aanbieden als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), dragen jaarlijks bij in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer.]2
Het bedrag van de bijdrage bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het totale bedrag van de geraamde jaarlijkse werkingskosten van de basisbankdienst-kamer. De bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.
De Koning bepaalt de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde bijdrage, alsook [2 het marktaandeel waarover de kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid moeten beschikken]2.
De Nationale Bank van België levert de basisbankdienst-kamer de juiste en volledige informatie die de basisbankdienst-kamer nodig heeft voor het bepalen van de berekeningswijze van de bijdrage bedoeld in het eerste lid.
De bijdrageplichtigen zijn ertoe gehouden op verzoek van de Federale Overheidsdienst Economie, de verschuldigde bijdrage over te schrijven op de ontvangstenrekening van de Federale Overheidsdienst Economie. Het verzoek gebeurt schriftelijk. De bijdrageplichtigen maken de bijdrage over ten laatste binnen de maand vanaf de dag die volgt op de afgifte van de aangetekende zending.
De onbetaald gebleven bijdragen worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de domaniale wet van 22 december 1949.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-09-25/14, art. 19, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 16, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
Het bedrag van de bijdrage bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het totale bedrag van de geraamde jaarlijkse werkingskosten van de basisbankdienst-kamer. De bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.
De Koning bepaalt de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde bijdrage, alsook [2 het marktaandeel waarover de kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid moeten beschikken]2.
De Nationale Bank van België levert de basisbankdienst-kamer de juiste en volledige informatie die de basisbankdienst-kamer nodig heeft voor het bepalen van de berekeningswijze van de bijdrage bedoeld in het eerste lid.
De bijdrageplichtigen zijn ertoe gehouden op verzoek van de Federale Overheidsdienst Economie, de verschuldigde bijdrage over te schrijven op de ontvangstenrekening van de Federale Overheidsdienst Economie. Het verzoek gebeurt schriftelijk. De bijdrageplichtigen maken de bijdrage over ten laatste binnen de maand vanaf de dag die volgt op de afgifte van de aangetekende zending.
De onbetaald gebleven bijdragen worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de domaniale wet van 22 december 1949.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-09-25/14, art. 19, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 16, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
Bron: Justel
