Artikel VII.59/5, WER

Art. VII.59/5.[1 De aanvraag bij de basisbankdienst-kamer tot opening van een basisbankdienst gebeurt schriftelijk, door middel van een formulier dat op papier of op elektronische wijze ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling [2 die een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c), heeft geweigerd]2.
   Het aanvraagformulier bevat een verklaring op eer van de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 dat ze niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat.
   Het aanvraagformulier bevat eveneens een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd [3 of van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste tweemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd, en dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd]3.
   De Koning bepaalt de vermeldingen die op het aanvraagformulier moeten voorkomen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-11-08/04, art. 5, 098; Inwerkingtreding : 01-05-2021>
  (2)<W 2022-09-25/14, art. 14, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
  (3)<W 2024-02-09/19, art. 26, 129; Inwerkingtreding : 31-03-2024>

  
Bron: Justel