Artikel XX.230, WER
Art. XX.230.[1 [2 De verbodsbepaling bedoeld in dit hoofdstuk kan opgelegd worden door de insolventierechtbank op vordering van het openbaar ministerie, van de curator, of van een schuldeiser die niet werd betaald in het kader van het faillissement.]2
[2 Onverminderd artikel XX.171, worden de gefailleerde of een van de personen krachtens artikel XX.229 gelijkgesteld met de gefailleerde, opgeroepen per tegensprekelijk verzoekschrift voor de insolventierechtbank. De griffier geeft er kennis van aan de verweerder en in voorkomend geval, aan de curator als het verzoekschrift niet door de curator is neergelegd.]2
De termijn om te verschijnen is acht dagen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 259, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
[2 Onverminderd artikel XX.171, worden de gefailleerde of een van de personen krachtens artikel XX.229 gelijkgesteld met de gefailleerde, opgeroepen per tegensprekelijk verzoekschrift voor de insolventierechtbank. De griffier geeft er kennis van aan de verweerder en in voorkomend geval, aan de curator als het verzoekschrift niet door de curator is neergelegd.]2
De termijn om te verschijnen is acht dagen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 259, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Bron: Justel
