Artikel XIX.25, WER
Art. XIX.25. [1 § 1. De minnelijke schuldbemiddeling mag niet aanvangen voordat de minnelijke schuldbemiddelaar en de schuldenaar een overeenkomst hebben ondertekend waarin onder meer zijn vastgesteld:
1° de bekendmaking van elk belangenconflict dat bestaat op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst ten aanzien van de schuldenaar zoals bedoeld in artikel XIX.22, eerste lid, alsook de verklaring bedoeld in artikel XIX.22, tweede lid.
2° de omvang van het mandaat van de minnelijke schuldbemiddelaar;
3° het doel en de grenzen van de minnelijke schuldbemiddeling;
4° de rechten en plichten van de minnelijke schuldbemiddelaar en de schuldenaar bepaald in deze titel;
5° de beschikbare procedures voor klachtenafhandeling van de schuldenaar tegen de minnelijke schuldbemiddelaar, de bevoegde instanties die er kennis van nemen alsook de te respecteren formaliteiten en termijnen;
6° de beginselen en regels die van toepassing zijn op de verwerking en overdracht van persoonsgegevens overeenkomstig artikel XIX.30;
7° indien van toepassing, de kosten in verband met zijn tussenkomst en/of de minnelijke schuldbemiddeling; en
8° de informatieplicht met betrekking tot het vereiste van voorafgaande toestemming van de schuldenaar met bepaalde stappen die de schuldbemiddelaar in het kader van zijn opdracht onderneemt.
§ 2. Paragraaf 1, 8°, doelt met name op de voorafgaande toestemming van de schuldenaar bepaald in de artikelen XIX.23, derde lid, XIX.24 en XIX.29, § 2, eerste lid.
Indien het niet mogelijk is de voorafgaande toestemming van de schuldenaar te bekomen telkens wanneer dit nodig zou zijn in de artikelen bedoeld in het eerste lid, wordt de schuldenaar verondersteld zijn voorafgaande toestemming te geven aan de minnelijke schuldbemiddelaar door de overeenkomst te ondertekenen.
In alle andere gevallen waarin de toestemming van de schuldenaar vereist is krachtens de bepalingen van deze titel, rust de bewijslast van de toestemming van de schuldenaar op de minnelijke schuldbemiddelaar.
§ 3. De Koning kan een modelovereenkomst bepalen en vastleggen welke bepalingen ervan van dwingend dan wel van aanvullend recht zijn.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-03/21, art. 45, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
1° de bekendmaking van elk belangenconflict dat bestaat op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst ten aanzien van de schuldenaar zoals bedoeld in artikel XIX.22, eerste lid, alsook de verklaring bedoeld in artikel XIX.22, tweede lid.
2° de omvang van het mandaat van de minnelijke schuldbemiddelaar;
3° het doel en de grenzen van de minnelijke schuldbemiddeling;
4° de rechten en plichten van de minnelijke schuldbemiddelaar en de schuldenaar bepaald in deze titel;
5° de beschikbare procedures voor klachtenafhandeling van de schuldenaar tegen de minnelijke schuldbemiddelaar, de bevoegde instanties die er kennis van nemen alsook de te respecteren formaliteiten en termijnen;
6° de beginselen en regels die van toepassing zijn op de verwerking en overdracht van persoonsgegevens overeenkomstig artikel XIX.30;
7° indien van toepassing, de kosten in verband met zijn tussenkomst en/of de minnelijke schuldbemiddeling; en
8° de informatieplicht met betrekking tot het vereiste van voorafgaande toestemming van de schuldenaar met bepaalde stappen die de schuldbemiddelaar in het kader van zijn opdracht onderneemt.
§ 2. Paragraaf 1, 8°, doelt met name op de voorafgaande toestemming van de schuldenaar bepaald in de artikelen XIX.23, derde lid, XIX.24 en XIX.29, § 2, eerste lid.
Indien het niet mogelijk is de voorafgaande toestemming van de schuldenaar te bekomen telkens wanneer dit nodig zou zijn in de artikelen bedoeld in het eerste lid, wordt de schuldenaar verondersteld zijn voorafgaande toestemming te geven aan de minnelijke schuldbemiddelaar door de overeenkomst te ondertekenen.
In alle andere gevallen waarin de toestemming van de schuldenaar vereist is krachtens de bepalingen van deze titel, rust de bewijslast van de toestemming van de schuldenaar op de minnelijke schuldbemiddelaar.
§ 3. De Koning kan een modelovereenkomst bepalen en vastleggen welke bepalingen ervan van dwingend dan wel van aanvullend recht zijn.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-03/21, art. 45, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Bron: Justel
