Artikel VII.163, WER
Art. VII.163.[1 § 1. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg, rechtstreeks of onrechtstreeks, [2 een al dan niet stemrechtverlenende deelneming van ten minste 20 % in het kapitaal van de kredietgever bezitten, ten minste 20 % van de stemrechten bezitten of de kredietgever controleren]2. De kennisgeving vermeldt welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.
De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA, gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever te waarborgen, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.
§ 2. Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of de betalingsinstellingen, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning hebben verleend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2021-06-27/09, art. 298, 099; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA, gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever te waarborgen, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.
§ 2. Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of de betalingsinstellingen, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning hebben verleend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2021-06-27/09, art. 298, 099; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
Bron: Justel
