Artikel VI.7/2, WER

Art. VI.7/2. [1 § 1. Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 1, 2, 6 of 7 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 5 cent afgerond.
   Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 3, 4, 8 of 9 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde hogere veelvoud van 5 cent afgerond.
   § 2. Op elk document waarop het te betalen totaalbedrag vermeld staat, vermeldt de onderneming uitdrukkelijk de toegepaste afronding.
   § 3. [3 Wanneer de onderneming in toepassing van artikel VI.7/1 de afronding toepast voor andere betalingen dan in speciën, past ze die toe voor alle andere betaalwijzen.
   Bovendien licht ze de consument hiervan in met de volgende boodschap "het totaalbedrag wordt altijd afgerond". Deze boodschap wordt op een duidelijke wijze meegedeeld in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar de consument betaalt.]3
   § 4. De onderneming past de afronding ook toe op de totaalbedragen die ze [3 in speciën]3 aan de consument terugbetaalt [2 ...]2. [3 Wanneer ze in toepassing van artikel VI.7/1, § 2, het totaalbedrag ook afrondt bij de betaling op een andere wijze dan in speciën, past ze de afronding toe voor alle totaalbedragen die ze aan de consument terugbetaalt.]3]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/02, art. 44, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>
  (2)<W 2015-12-18/17, art. 50, 029; Inwerkingtreding : 08-01-2016>
  (3)<W 2019-05-02/28, art. 5, 077; Inwerkingtreding : 01-12-2019>

  
Bron: Justel