Artikel IV.46, WER

Art. IV.46.[1 § 1. [3 Ingeval de auditeur de klacht, het verzoek, de injunctie, of het ambtshalve onderzoek, gegrond acht, deelt hij, na advies van de auditeur-adviseur, de betrokken partijen mee welke gemotiveerde grieven hij jegens hen aanhoudt en brengt hen ter kennis dat zij op het secretariaat inzage kunnen nemen van het onderzoeksdossier zoals het is samengesteld op het ogenblik van de mededeling van de grieven en tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen krijgen. Hij geeft hun een termijn van ten minste twee maanden om op de grieven te antwoorden en hun stukken in te dienen bij het secretariaat. De auditeur kan deze termijn verlengen op gemotiveerd verzoek van een betrokken partij.]3
  [3 ...]3
   De grieven jegens een betrokken partij kunnen niet steunen op documenten en gegevens die ten aanzien van haar vertrouwelijk zijn.
   Een betrokken partij kan binnen de in het eerste lid bedoelde antwoordtermijn toezeggingen aanbieden.
   § 2. De auditeur kan binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn, na advies van de auditeur-adviseur beslissen het onderzoek geheel of gedeeltelijk stop te zetten ten aanzien van een betrokken partij:
   1° [2 ingeval hij na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan de grieven. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;]2
   2° ingeval hij na kennisname van het verweer, tot het besluit komt dat de grieven ten aanzien van een betrokken partij niet langer stand houden;
  [2 3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit meer vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.]2
  [2 In geval van toepassing van het eerste lid, 1°, wordt de termijn van twee maanden bedoeld in het eerste lid verlengd met twee maanden. Wanneer de beslissing die de auditeur overweegt de raadpleging van de Europese Commissie vereist met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid, wordt de termijn geschorst vanaf de dag van het versturen van het ontwerp van beslissing tot op de dag waarop de Belgische Mededingingsautoriteit de opmerkingen van de Europese Commissie ontvangt.]2
   De auditeur geeft kennis van de stopzettingsbeslissing aan de indiener van de klacht, het verzoek of de injunctie, alsmede aan de betrokken partijen. Hij vermeldt dat zij de documenten en gegevens uit het onderzoeksdossier waarop de auditeur steunt in zijn stopzettingsbeslissing op het secretariaat kunnen raadplegen, tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen ontvangen en tegen de stopzettingsbeslissing beroep kunnen instellen bij de voorzitter.
   Het beroep tegen stopzettingsbeslissingen wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een gemotiveerd en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van artikel IV.90, § 5, tweede en derde lid.
   De voorzitter stelt het Mededingingscollege samen dat het beroep zal behandelen.
   De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen, de klager, de verzoeker of injunctiegever schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. Hij spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.
   Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege beslist de partijen te horen. Ingeval het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan de auditeur.
   De beslissing van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor beroep.
   De beslissing tot stopzetten van het onderzoek laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van [2 inbreuken op het mededingingsrecht]2 voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.
   De auditeur-generaal kan het onderzoek ambtshalve opnieuw opstarten ten aanzien van een betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen.
   § 3. De auditeur kan binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn, beslissen nieuwe grieven te brengen of de eerder gebrachte grieven te herkwalificeren. In dat geval wordt opnieuw toepassing gemaakt van paragraaf 1 en, in voorkomend geval, paragraaf 2.
   § 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn legt de auditeur na advies van de auditeur-adviseur, op straffe van verval, een gemotiveerd voorstel van beslissing neer bij de voorzitter, behoudens toepassing van paragrafen 2 of 3. Het voorstel van beslissing heeft enkel betrekking op grieven die het voorwerp waren van de mededeling van grieven.
   Het voorstel van beslissing is vergezeld van het proceduredossier.
   De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval binnen die termijn een schikkingsprocedure wordt ingezet of toezeggingen worden aangeboden, tot op de dag van de beslissing van de auditeur-generaal dat de schikkingsprocedure of de gesprekken met betrekking tot toezeggingen worden stopgezet.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  (2)<W 2022-02-28/02, art. 28, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
  (3)<W 2024-03-29/39, art. 31, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>

  
Bron: Justel