Artikel XIII.7, WER
Art. XIII.7. [1 Bijzondere raadgevende commissies bestaan, naast de voorzitter, uit twee ondervoorzitters en de effectieve en plaatsvervangende leden, door de Koning benoemd, waarvan Hij het aantal bepaalt.
De effectieve leden worden verkozen uit de kandidaten voorgedragen door de door de Koning aangeduide representatieve organisaties. De Koning kan eveneens leden benoemen die hij kiest onder de personen die befaamd zijn wegens hun wetenschappelijke of technische waarde. Voor de samenstelling van de bijzondere raadgevende commissies wordt het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gevraagd.
De voorgaande leden zijn niet van toepassing op de in Hoofdstuk 4 bedoelde bijzondere raadgevende commissies, ingericht door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
Een bijzondere raadgevende commissie telt evenveel plaatsvervangende als effectieve leden. Alleen het plaatsvervangend lid dat een werkend lid van zijn groep vervangt, is stemgerechtigd.
Wanneer wordt voorzien in de vervanging van een werkend of plaatsvervangend lid, voleindigt de benoemde persoon het mandaat van zijn voorganger.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
De effectieve leden worden verkozen uit de kandidaten voorgedragen door de door de Koning aangeduide representatieve organisaties. De Koning kan eveneens leden benoemen die hij kiest onder de personen die befaamd zijn wegens hun wetenschappelijke of technische waarde. Voor de samenstelling van de bijzondere raadgevende commissies wordt het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gevraagd.
De voorgaande leden zijn niet van toepassing op de in Hoofdstuk 4 bedoelde bijzondere raadgevende commissies, ingericht door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
Een bijzondere raadgevende commissie telt evenveel plaatsvervangende als effectieve leden. Alleen het plaatsvervangend lid dat een werkend lid van zijn groep vervangt, is stemgerechtigd.
Wanneer wordt voorzien in de vervanging van een werkend of plaatsvervangend lid, voleindigt de benoemde persoon het mandaat van zijn voorganger.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
Bron: Justel
