Artikel VII.216/37, WER
Art. VII.216/37. [1 De wisselbrief, getrokken op een of meer maanden na dagtekening of na zicht, vervalt op de overeenkomstige dag van de maand waarin de betaling moet worden gedaan. Bij gebreke van een overeenkomstige dag vervalt een zodanige wisselbrief op de laatste dag van die maand.
Bij een wisselbrief, getrokken op een of meer maanden en een halve maand na dagtekening of na zicht, worden eerst de gehele maanden gerekend.
Is de vervaldag bepaald op het begin, op het midden (half januari, half februari, enz.) of op het einde van een maand, dan wordt onder die uitdrukkingen verstaan: de eerste, de vijftiende, de laatste van die maand.
Onder de uitdrukkingen "acht dagen" of "vijftien dagen" ("quinze jours") moet worden verstaan niet één of twee weken, maar een termijn van acht of van vijftien werkelijke dagen.
De uitdrukking "halve maand" duidt een termijn van vijftien dagen aan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 113, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bij een wisselbrief, getrokken op een of meer maanden en een halve maand na dagtekening of na zicht, worden eerst de gehele maanden gerekend.
Is de vervaldag bepaald op het begin, op het midden (half januari, half februari, enz.) of op het einde van een maand, dan wordt onder die uitdrukkingen verstaan: de eerste, de vijftiende, de laatste van die maand.
Onder de uitdrukkingen "acht dagen" of "vijftien dagen" ("quinze jours") moet worden verstaan niet één of twee weken, maar een termijn van acht of van vijftien werkelijke dagen.
De uitdrukking "halve maand" duidt een termijn van vijftien dagen aan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 113, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
