Artikel XVII.42, WER
Art. XVII.42.[1 § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoekschrift tot een collectief herstel gericht aan of neergelegd bij de griffie van de [3 ondernemingsrechtbank]3 en bevat het :
1° het bewijs dat voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36;
2° de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering tot collectief herstel;
3° [4 ...]4
4° de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger de bedoeling heeft op te treden, met een zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen verduidelijkt per subcategorie;
[4 5° het herstel dat wordt gevorderd voor de groepsleden of voor de leden van de verschillende subcategorieën van de groep;
6° de vermelding dat de rechtsvordering tot collectief herstel al dan niet gefinancierd wordt door een derde. Indien dat het geval is, identificeert de vertegenwoordiger de financierende derden alsook de gefinancierde bedragen.]4
§ 2. De partijen bij een akkoord tot collectief herstel kunnen de rechter vatten bij gezamenlijk verzoekschrift teneinde de homologatie van het akkoord te bekomen.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bevat het verzoekschrift het bewijs dat is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36.
Het akkoord tot collectief herstel, dat bij het verzoekschrift wordt gevoegd, bevat de elementen bepaald in artikel XVII. 45, § 3, 2° tot 13° [4 ...]4.
§ 3. Wanneer het verzoekschrift onvolledig is, nodigt de griffie de verzoeker uit om het aan te vullen binnen de acht dagen.
De verzoeker die zijn verzoekschrift aanvult binnen de acht dagen na de ontvangst van de uitnodiging bedoeld in het eerste lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste neerlegging ervan.
Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is aangevuld, wordt geacht niet te zijn ingediend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
(2)<W 2018-03-30/35, art. 5, 060; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
(3)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
(4)<W 2024-04-21/10, art. 25, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
1° het bewijs dat voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36;
2° de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering tot collectief herstel;
3° [4 ...]4
4° de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger de bedoeling heeft op te treden, met een zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen verduidelijkt per subcategorie;
[4 5° het herstel dat wordt gevorderd voor de groepsleden of voor de leden van de verschillende subcategorieën van de groep;
6° de vermelding dat de rechtsvordering tot collectief herstel al dan niet gefinancierd wordt door een derde. Indien dat het geval is, identificeert de vertegenwoordiger de financierende derden alsook de gefinancierde bedragen.]4
§ 2. De partijen bij een akkoord tot collectief herstel kunnen de rechter vatten bij gezamenlijk verzoekschrift teneinde de homologatie van het akkoord te bekomen.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bevat het verzoekschrift het bewijs dat is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36.
Het akkoord tot collectief herstel, dat bij het verzoekschrift wordt gevoegd, bevat de elementen bepaald in artikel XVII. 45, § 3, 2° tot 13° [4 ...]4.
§ 3. Wanneer het verzoekschrift onvolledig is, nodigt de griffie de verzoeker uit om het aan te vullen binnen de acht dagen.
De verzoeker die zijn verzoekschrift aanvult binnen de acht dagen na de ontvangst van de uitnodiging bedoeld in het eerste lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste neerlegging ervan.
Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is aangevuld, wordt geacht niet te zijn ingediend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
(2)<W 2018-03-30/35, art. 5, 060; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
(3)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
(4)<W 2024-04-21/10, art. 25, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Bron: Justel
