Artikel VII.59/4, WER
Art. VII.59/4.[1 § 1. Elke in België gevestigde onderneming die overeenkomstig artikel III.17 ingeschreven is in de Kruispunt-bank van Ondernemingen of een dergelijke inschrijving aanvraagt, en die overeenkomstig paragraaf 3 door ten minste drie kredietinstellingen een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a, b of c is geweigerd [4 of aan wie ten minste tweemaal een aanvraag tot opening van voormelde minimale betalingsdiensten is geweigerd, en ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd]4, heeft recht, onder de voorwaarden bepaald bij deze afdeling, op de basisbankdienst verstrekt door een in paragraaf 3, vijfde lid, bedoelde kredietinstelling, hierna de basisbankdienst-aanbieder genoemd.
[2 Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op diplomatieke zendingen zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, gevestigd op het Belgische grondgebied.]2
[4 Naast ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars, bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek , van een gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom. Elke wijziging aan deze bestemming in de statuten wordt onverwijld meegedeeld aan de kredietinstelling bij wie de basisbankdienst wordt aangevraagd of verleend.]4
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van deze afdeling van toepassing verklaren op andere personen dan ondernemingen.
§ 2. De basisbankdienst voor ondernemingen [2 en diplomatieke zendingen]2 bevat minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b) voor zover deze diensten plaatsvinden in een of meerdere lidstaten.
[2 De basisbankdienst wordt, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), door middel van een betaalrekening in euro, of, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en op verzoek van de onderneming of de diplomatieke zending, door middel van een betaalrekening in Amerikaanse dollar aangeboden.]2
Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, is de basisbankdienst mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de [2 basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid,]2 en biedt ze de onderneming [2 en de diplomatieke zending]2 de mogelijkheid tot het uitvoeren van een onbeperkt aantal elektronische verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in paragraaf 1 via het internetplatform van de basisbankdienst-aanbieder.
[4 De basisbankdienst-aanbieder aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, rekent op jaarbasis niet meer dan 420 euro aan voor het aanbieden van de basisbankdienst aan de betrokken onderneming of diplomatieke zending. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. De Koning kan het bedrag, op advies van de Bank, aanpassen.]4
§ 3. De weigering van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c) aan een in paragraaf 1 bedoelde onderneming [2 of diplomatieke zending]2 wordt uitdrukkelijk schriftelijk en voldoende gemotiveerd, [2 op vraag van de onderneming of de diplomatieke zending]2 onverwijld en uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. [3 Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.]3
Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming [2 en de diplomatieke zending]2 openstaan ter betwisting van de beslissing, en in het bijzonder [2 voor de onderneming]2 de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van [2 de ombudsdienst voor financiële diensten]2 en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.
De onderneming [2 of diplomatieke zending]2 aan wie de in het eerste lid bedoelde betalingsdiensten zijn geweigerd, kan een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst richten tot de basisbankdienst-kamer bedoeld in het zevende lid.
Na het verkrijgen van de aanvraag, vraagt de basisbankdienst-kamer een vertrouwelijk advies aan de Cel voor financiële informatieverwerking ingesteld bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten over de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2.
[3 In geval het in het vierde lid bedoelde advies positief is, of de Cel voor financiële informatieverwerking niet heeft gereageerd binnen zestig kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending. De basisbankdienst-aanbieder is een in België gevestigde kredietinstelling uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen, en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt.]3
[2 De aanvragende onderneming en de diplomatieke zending leveren de vereiste]2 informatie en documenten aan met het oog op de naleving van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie bepaald in boek II, titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 2 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Ten laatste binnen de maand volgend op de maand waarin het aanvraagdossier als volledig kan worden beschouwd, wijst de basisbankdienst-kamer op een gespreide wijze de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieder aan.
De Koning richt binnen de FOD Economie de basisbankdienst-kamer op, die belast is met het aanwijzen van een basisbankdienst-aanbieder voor ondernemingen [2 en diplomatieke zendingen]2. Hij bepaalt de wijze van spreiding van de aanwijzing over de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieders en de wijze van controle op de identificatie en de identiteitsverificatieverplichting.
[2 De basisbankdienst-kamer kan deskundigen horen, of er een beroep op doen. De Koning stelt de nadere regels vast.]2
§ 4. De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met de basisbankdienst.
De toegang tot de basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst.
Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van de basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.
§ 5. Voor ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten kan slechts een basisbankdienst-aanbieder zoals bedoeld in paragraaf 3 door de basisbankdienst-kamer worden aangewezen indien de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen heeft vastgesteld of indien de Koning een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector heeft bekrachtigd.
[2 oor diplomatieke zendingen kan de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen vaststellen of een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector bekrachtigen.
Een gedragscode bekrachtigd door de Koning bevat minstens richtlijnen over goede praktijken binnen de sector, bijkomende waarborgen ten aanzien van personen die blootgesteld worden aan een verhoogd risico inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en voorwaarden of beperkingen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.]2
De Koning zal voor de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), verstrekt binnen het kader van de basisbank-dienst, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, de voorwaarden of beperkingen bepalen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.
In het geval de basisbankdienst verrichtingen in Amerikaanse dollar aanbiedt, kunnen bijkomende voorwaarden of beperkingen opgelegd worden die nodig zijn om de specifieke risico's eigen aan betalingen in die munt te beperken. De aanvrager leeft alle beperkingen op het gebruik van die munt, met inbegrip van embargo's of sancties, na. De Koning zal de bijkomende voorwaarden of beperkingen vaststellen. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2020-11-08/04, art. 4, 098; Inwerkingtreding : 01-05-2021>
(2)<W 2022-09-25/14, art. 13, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
(3)<W 2023-11-05/07, art. 14, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
(4)<W 2024-02-09/19, art. 25, 129; Inwerkingtreding : 31-03-2024>
[2 Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op diplomatieke zendingen zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, gevestigd op het Belgische grondgebied.]2
[4 Naast ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars, bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek , van een gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom. Elke wijziging aan deze bestemming in de statuten wordt onverwijld meegedeeld aan de kredietinstelling bij wie de basisbankdienst wordt aangevraagd of verleend.]4
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van deze afdeling van toepassing verklaren op andere personen dan ondernemingen.
§ 2. De basisbankdienst voor ondernemingen [2 en diplomatieke zendingen]2 bevat minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b) voor zover deze diensten plaatsvinden in een of meerdere lidstaten.
[2 De basisbankdienst wordt, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), door middel van een betaalrekening in euro, of, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en op verzoek van de onderneming of de diplomatieke zending, door middel van een betaalrekening in Amerikaanse dollar aangeboden.]2
Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, is de basisbankdienst mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de [2 basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid,]2 en biedt ze de onderneming [2 en de diplomatieke zending]2 de mogelijkheid tot het uitvoeren van een onbeperkt aantal elektronische verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in paragraaf 1 via het internetplatform van de basisbankdienst-aanbieder.
[4 De basisbankdienst-aanbieder aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, rekent op jaarbasis niet meer dan 420 euro aan voor het aanbieden van de basisbankdienst aan de betrokken onderneming of diplomatieke zending. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. De Koning kan het bedrag, op advies van de Bank, aanpassen.]4
§ 3. De weigering van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c) aan een in paragraaf 1 bedoelde onderneming [2 of diplomatieke zending]2 wordt uitdrukkelijk schriftelijk en voldoende gemotiveerd, [2 op vraag van de onderneming of de diplomatieke zending]2 onverwijld en uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. [3 Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.]3
Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming [2 en de diplomatieke zending]2 openstaan ter betwisting van de beslissing, en in het bijzonder [2 voor de onderneming]2 de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van [2 de ombudsdienst voor financiële diensten]2 en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.
De onderneming [2 of diplomatieke zending]2 aan wie de in het eerste lid bedoelde betalingsdiensten zijn geweigerd, kan een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst richten tot de basisbankdienst-kamer bedoeld in het zevende lid.
Na het verkrijgen van de aanvraag, vraagt de basisbankdienst-kamer een vertrouwelijk advies aan de Cel voor financiële informatieverwerking ingesteld bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten over de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2.
[3 In geval het in het vierde lid bedoelde advies positief is, of de Cel voor financiële informatieverwerking niet heeft gereageerd binnen zestig kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending. De basisbankdienst-aanbieder is een in België gevestigde kredietinstelling uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen, en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt.]3
[2 De aanvragende onderneming en de diplomatieke zending leveren de vereiste]2 informatie en documenten aan met het oog op de naleving van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie bepaald in boek II, titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 2 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Ten laatste binnen de maand volgend op de maand waarin het aanvraagdossier als volledig kan worden beschouwd, wijst de basisbankdienst-kamer op een gespreide wijze de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieder aan.
De Koning richt binnen de FOD Economie de basisbankdienst-kamer op, die belast is met het aanwijzen van een basisbankdienst-aanbieder voor ondernemingen [2 en diplomatieke zendingen]2. Hij bepaalt de wijze van spreiding van de aanwijzing over de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieders en de wijze van controle op de identificatie en de identiteitsverificatieverplichting.
[2 De basisbankdienst-kamer kan deskundigen horen, of er een beroep op doen. De Koning stelt de nadere regels vast.]2
§ 4. De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met de basisbankdienst.
De toegang tot de basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst.
Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van de basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.
§ 5. Voor ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten kan slechts een basisbankdienst-aanbieder zoals bedoeld in paragraaf 3 door de basisbankdienst-kamer worden aangewezen indien de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen heeft vastgesteld of indien de Koning een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector heeft bekrachtigd.
[2 oor diplomatieke zendingen kan de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen vaststellen of een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector bekrachtigen.
Een gedragscode bekrachtigd door de Koning bevat minstens richtlijnen over goede praktijken binnen de sector, bijkomende waarborgen ten aanzien van personen die blootgesteld worden aan een verhoogd risico inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en voorwaarden of beperkingen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.]2
De Koning zal voor de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), verstrekt binnen het kader van de basisbank-dienst, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, de voorwaarden of beperkingen bepalen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.
In het geval de basisbankdienst verrichtingen in Amerikaanse dollar aanbiedt, kunnen bijkomende voorwaarden of beperkingen opgelegd worden die nodig zijn om de specifieke risico's eigen aan betalingen in die munt te beperken. De aanvrager leeft alle beperkingen op het gebruik van die munt, met inbegrip van embargo's of sancties, na. De Koning zal de bijkomende voorwaarden of beperkingen vaststellen. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2020-11-08/04, art. 4, 098; Inwerkingtreding : 01-05-2021>
(2)<W 2022-09-25/14, art. 13, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
(3)<W 2023-11-05/07, art. 14, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
(4)<W 2024-02-09/19, art. 25, 129; Inwerkingtreding : 31-03-2024>
Bron: Justel
