Artikel IV.72, WER
Art. IV.72.[1 § 1. Gemotiveerde verzoeken om voorlopige maatregelen worden, samen met de daarop betrekking hebbende stukken door een klager, de auditeur-generaal, de minister of de minister bevoegd voor de betrokken sector, ingediend bij de voorzitter.
Op straffe van nietigheid stuurt de verzoeker op de dag van indiening een kopie van zijn verzoek en de bijhorende stukken bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd.
§ 2. Het secretariaat bezorgt de auditeur-generaal een kopie van het verzoek en van de bijhorende stukken alsmede van de latere procedurestukken indien hij niet de verzoeker is. Het bezorgt tevens, op verzoek van de voorzitter van het Mededingingscollege, het verzoek en de stukken geheel of gedeeltelijk aan derden die betrokken zijn bij de [2 inbreuk]2 of die een belang kunnen hebben bij de voorlopige maatregelen.
§ 3. De voorzitter stelt zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat over het verzoek zal beslissen en legt het verzoek en de bijhorende stukken voor.
De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de datum vast van de zitting van het Mededingingscollege die zal plaats hebben niet vroeger dan twee weken en niet later dan een maand na het indienen van het verzoek.
Het secretariaat brengt de verzoeker, de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, de auditeur-generaal en de minister op de hoogte van deze beslissing en van de samenstelling van het Mededingingscollege.
§ 4. De auditeur-generaal, of de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, iedere derde die een voldoende belang doet blijken en gevraagd heeft om te worden gehoord door het Mededingingscollege, alsmede iedere derde die het Mededingingscollege wenst te horen, dienen eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk zes werkdagen voor de dag van de zitting. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
De ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, dienen hun eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk twee werkdagen voor de dag van de zitting.
De verzoeker kan geen andere schriftelijke opmerkingen of stukken neerleggen of ter zitting inroepen dan de stukken gevoegd bij zijn verzoekschrift, behoudens in geval van toepassing van paragraaf 6, tweede lid.
Schriftelijke opmerkingen en stukken worden ingediend bij het secretariaat. De partij die schriftelijke opmerkingen en stukken indient moet op straffe van nietigheid op de dag van indiening een kopie per e-mail met ontvangstmelding toesturen aan alle andere partijen in de procedure.
§ 5. Op de zitting worden de verzoeker en de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, gehoord, alsmede op hun verzoek de auditeur-generaal, de auditeur, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de derden die een voldoende belang doen blijken.
Het niet verschijnen van de in het eerste lid bedoelde partijen of personen, of hun mandatarissen, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting te organiseren binnen de in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
§ 6. De voorzitter van het Mededingingscollege kan de in de paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn verlengen met ten hoogste twee weken.
Ingeval de termijn wordt verlengd om de verzoeker in staat te stellen om schriftelijk te antwoorden op de schriftelijke opmerkingen en de stukken die werden ingediend, krijgen de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd eenzelfde termijn als de verzoeker om te repliceren, binnen de bijkomende termijn van twee weken.
§ 7. De partijen die schriftelijke opmerkingen en stukken indienen kunnen de passages aanduiden die zij vertrouwelijk achten, mits zij het vertrouwelijk karakter motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting of versie indienen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor, die hij aanduidt beslist over de vertrouwelijkheid van de betrokken passages. De beslissing betreffende de vertrouwelijkheid is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 54, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Op straffe van nietigheid stuurt de verzoeker op de dag van indiening een kopie van zijn verzoek en de bijhorende stukken bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd.
§ 2. Het secretariaat bezorgt de auditeur-generaal een kopie van het verzoek en van de bijhorende stukken alsmede van de latere procedurestukken indien hij niet de verzoeker is. Het bezorgt tevens, op verzoek van de voorzitter van het Mededingingscollege, het verzoek en de stukken geheel of gedeeltelijk aan derden die betrokken zijn bij de [2 inbreuk]2 of die een belang kunnen hebben bij de voorlopige maatregelen.
§ 3. De voorzitter stelt zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat over het verzoek zal beslissen en legt het verzoek en de bijhorende stukken voor.
De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de datum vast van de zitting van het Mededingingscollege die zal plaats hebben niet vroeger dan twee weken en niet later dan een maand na het indienen van het verzoek.
Het secretariaat brengt de verzoeker, de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, de auditeur-generaal en de minister op de hoogte van deze beslissing en van de samenstelling van het Mededingingscollege.
§ 4. De auditeur-generaal, of de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, iedere derde die een voldoende belang doet blijken en gevraagd heeft om te worden gehoord door het Mededingingscollege, alsmede iedere derde die het Mededingingscollege wenst te horen, dienen eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk zes werkdagen voor de dag van de zitting. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
De ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, dienen hun eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk twee werkdagen voor de dag van de zitting.
De verzoeker kan geen andere schriftelijke opmerkingen of stukken neerleggen of ter zitting inroepen dan de stukken gevoegd bij zijn verzoekschrift, behoudens in geval van toepassing van paragraaf 6, tweede lid.
Schriftelijke opmerkingen en stukken worden ingediend bij het secretariaat. De partij die schriftelijke opmerkingen en stukken indient moet op straffe van nietigheid op de dag van indiening een kopie per e-mail met ontvangstmelding toesturen aan alle andere partijen in de procedure.
§ 5. Op de zitting worden de verzoeker en de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, gehoord, alsmede op hun verzoek de auditeur-generaal, de auditeur, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de derden die een voldoende belang doen blijken.
Het niet verschijnen van de in het eerste lid bedoelde partijen of personen, of hun mandatarissen, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting te organiseren binnen de in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
§ 6. De voorzitter van het Mededingingscollege kan de in de paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn verlengen met ten hoogste twee weken.
Ingeval de termijn wordt verlengd om de verzoeker in staat te stellen om schriftelijk te antwoorden op de schriftelijke opmerkingen en de stukken die werden ingediend, krijgen de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd eenzelfde termijn als de verzoeker om te repliceren, binnen de bijkomende termijn van twee weken.
§ 7. De partijen die schriftelijke opmerkingen en stukken indienen kunnen de passages aanduiden die zij vertrouwelijk achten, mits zij het vertrouwelijk karakter motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting of versie indienen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor, die hij aanduidt beslist over de vertrouwelijkheid van de betrokken passages. De beslissing betreffende de vertrouwelijkheid is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 54, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
