Artikel XV.18/7, WER

Art. XV.18/7. [1 § 1. Wanneer de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 een van de volgende feiten vaststellen, verlangen ze van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde aan de non-conformiteit maakt:
   1° de CE-markering is aangebracht in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93, met de bepalingen van boek VIII, titel 4, of met de besluiten genomen ter uitvoering ervan;
   2° de CE-markering is niet aangebracht;
   3° er is geen EU-conformiteitsverklaring opgesteld;
   4° de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;
   5° de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;
   6° andere gegevens bedoeld in boek VIII of in besluiten genomen ter uitvoering ervan ontbreken, zijn onjuist of zijn onvolledig;
   7° er wordt niet voldaan aan een andere administratieve verplichting bepaald in boek VIII of in besluiten genomen ter uitvoering ervan.
   § 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde non-conformiteit voortduurt, kan de minister of zijn gemachtigde alle passende maatregelen nemen om het op de markt aanbieden van het product te beperken of te verbieden, of om ervoor te zorgen dat het product uit de handel wordt genomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-11-05/06, art. 29, 141; Inwerkingtreding : 28-06-2025>
  

  
Bron: Justel