Artikel XX.83/17, WER

Art. XX.83/17. [1 § 1. De rechtbank beoordeelt of:
   1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.83/14;
   2° de indeling in categorieën werd gemaakt op een correcte wijze, de schuldeisers en kapitaalhouders met voldoende gedeelde belangen binnen eenzelfde categorie gelijk worden behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering;
   3° de neerlegging van het reorganisatieplan in het register is gedaan;
   4° als er niet-instemmende schuldeisers zijn, het reorganisatieplan voldoet aan de toets van het belang van de schuldeisers; aan de toets van het belang van de schuldeisers is voldaan als blijkt dat geen niet-instemmende schuldeiser kennelijk slechter af is onder het reorganisatieplan dan die schuldeiser zou zijn indien de normale rangorde van voorrang bij faillissement zou worden toegepast;
   5° in voorkomend geval, elke nieuwe financiering noodzakelijk is om het reorganisatieplan uit te voeren en de belangen van de schuldeisers niet overmatig benadeelt.
   § 2. Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
   § 3. De rechtbank neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming indien een niet- instemmende betrokken partij het hertstructureringsplan betwist op basis van hetzij:
   a) een vermeend niet-voldoen aan het criterium van het belang van de schuldeisers;
   b) een vermeende inbreuk op de voorwaarden van een categorie-overschrijdende cram down overeenkomstig artikel XX.83/18.
   § 4. De homologatie kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 141, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel