Artikel VII.145/1, WER

Art. VII.145/1.[1 § 1. Bij een hypothecair krediet met een onroerende bestemming kan de kredietnemer de kredietgever verzoeken tot de verlenging van de looptijd of de tijdelijke opschorting van betaling van kapitaalaflossingen en interest.
   De bepalingen van artikel VII.133 zijn niet van toepassing op het tijdelijke uitstel van betaling of verlenging van de looptijd.
   § 2. Om wijzigingen aan het contract van hypothecair krediet met onroerende bestemming te verzoeken zoals bedoeld in § 1, is voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
   1° De kredietnemer lijdt een inkomensverlies door de economische gevolgen van het coronavirus;
   2° De kredietnemer vraagt om die reden aan zijn of haar kredietgever een tijdelijk uitstel van betaling of verlenging van de looptijd van zijn lopende hypothecaire kredietovereenkomst;
   3° Het krediet dat het voorwerp uitmaakt van de aanvraag tot tijdelijk uitstel van betaling of verlenging van de looptijd vertoonde geen betalingsachterstand op 1 september 2020. Tevens mag het betrokken krediet op de datum van de aanvraag van het betalingsuitstel niet in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België zijn geregistreerd met een niet-geregulariseerde betalingsachterstand.
   § 3. De wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of verlenging van de looptijd hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.
   De kredietgever zal in dit geval geen dossierkosten aanrekenen.
   § 4. Indien de kredietnemer zelf verzoekt om een of meerdere wijzigingen van zijn hypothecaire kredietvoorwaarden met een onroerende bestemming, kan worden afgeweken van de bepalingen van artikel VII.134, § 1, voor zover er een bewijs is tot instemming.
   Deze wijziging kan onder meer de tijdelijke opschorting van betaling inhouden of de verlenging van de looptijd van zijn contract.
   De kredietgever zal in beide voorafgaande gevallen geen dossierkosten aanrekenen.
   De kredietgever zal in deze omstandigheid niet moeten voldoen aan de bepalingen zoals opgenomen in artikel VII.134, § 1.]1
  ----------
  (1)<W 2020-12-20/10, art. 60, 094; Inwerkingtreding : 01-01-2021>

  
Bron: Justel