Artikel VII.166, WER
Art. VII.166.[1 § 1. [2 Onder voorbehoud van de hierna volgende bepalingen, worden de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden]2 permanent vervuld tijdens de uitoefening van het bedrijf.
§ 2. De kredietgevers mogen geen beroep doen op een kredietbemiddelaar die niet overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk is ingeschreven.
Als zij toch een beroep doen op een niet-ingeschreven kredietbemiddelaar, zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de handelingen die deze kredietbemiddelaar in het kader van zijn kredietbemiddelingsbedrijf verricht.
§ 3. Als de kredietgevers kennis hebben van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in dit hoofdstuk vermelde inschrijvingsvoorwaarden door een kredietbemiddelaar op wie zij een beroep doen of gedaan hebben, delen zij die elementen onverwijld mee aan de FSMA.
Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich als kredietbemiddelaar voordoet zonder in het in dit boek vermelde register te zijn ingeschreven.
§ 4. De kredietgevers treden toe tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen, zoals bedoeld in artikel VII.216, dragen bij tot de financiering van die geschillenregeling en gaan in op elk verzoek om informatie dat zij in het raam van die geschillenregeling ontvangen.]1
[3 § 5. De kredietgevers moeten, in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven.]3
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 27, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2022-05-08/03, art. 17, 112; Inwerkingtreding : 03-07-2022>
§ 2. De kredietgevers mogen geen beroep doen op een kredietbemiddelaar die niet overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk is ingeschreven.
Als zij toch een beroep doen op een niet-ingeschreven kredietbemiddelaar, zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de handelingen die deze kredietbemiddelaar in het kader van zijn kredietbemiddelingsbedrijf verricht.
§ 3. Als de kredietgevers kennis hebben van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in dit hoofdstuk vermelde inschrijvingsvoorwaarden door een kredietbemiddelaar op wie zij een beroep doen of gedaan hebben, delen zij die elementen onverwijld mee aan de FSMA.
Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich als kredietbemiddelaar voordoet zonder in het in dit boek vermelde register te zijn ingeschreven.
§ 4. De kredietgevers treden toe tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen, zoals bedoeld in artikel VII.216, dragen bij tot de financiering van die geschillenregeling en gaan in op elk verzoek om informatie dat zij in het raam van die geschillenregeling ontvangen.]1
[3 § 5. De kredietgevers moeten, in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven.]3
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 27, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2022-05-08/03, art. 17, 112; Inwerkingtreding : 03-07-2022>
Bron: Justel
