Artikel XX.41, WER

Art. XX.41.[1 § 1. De schuldenaar die het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie [4 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]4 aanvraagt, richt een verzoekschrift aan de rechtbank.
   § 2. [4 Hij voegt]4 bij zijn verzoekschrift:
   1° een uiteenzetting van de gebeurtenissen waarop zijn verzoek is gegrond en waaruit blijkt dat naar zijn oordeel de continuïteit van zijn onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
   2° een aanwijzing van de doelstelling [4 ...]4 waarvoor hij het openen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie [4 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]4 aanvraagt;
   3° de vermelding van een elektronisch adres waarbij hij zolang de procedure van gerechtelijke organisatie [4 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]4 duurt, kan worden bereikt en waaruit hij de ontvangst kan melden van de ontvangen mededelingen;
   4° de twee recentste jaarrekeningen die volgens de statuten hadden moeten neergelegd zijn en de eventueel nog niet neergelegde jaarrekening van het laatste boekjaar of, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, de twee recentste aangiftes in de personenbelasting; zo de onderneming geen twee boekjaren heeft bestaan, zal zij dit doen voor de gehele periode voor haar oprichting;
   5° een boekhoudkundige staat die het actief en het passief weergeeft en de resultatenrekening die maximum drie maanden oud is, opgesteld met de bijstand van hetzij een bedrijfsrevisor, [4 hetzij een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant hetzij een fiscaal accountant]4;
   6° een begroting met een schatting van de inkomsten en uitgaven voor ten minste de duur van de gevraagde opschorting, opgesteld met de bijstand van een van de beroepsbeoefenaars vermeld in 5° ; op advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen kan de Koning een model opleggen van geraamde begroting;
   7° [4 waar mogelijk,]4 een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres en het bedrag van hun schuldvordering en de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting en van het goed dat is belast met een zakelijke [4 zekerheid]4;
   8° een toelichting omtrent de wijze waarop de maatregelen en voorstellen die hij overweegt om de rendabiliteit en de solvabiliteit van zijn onderneming te herstellen, om een eventueel sociaal plan in te zetten en om de schuldeisers te voldoen;
  [4 8° /1 de vermelding van het aantal werknemers tewerkgesteld op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift;
   8° /2 de identificatiegegevens van de verbonden ondernemingen;]4
   9° een toelichting omtrent de wijze waarop de schuldenaar voldaan heeft aan de wettelijke of conventionele verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers in te lichten of te raadplegen;
   10° de lijst van vennoten indien de schuldenaar een in [2 artikel I.1, eerste lid, 1°, c)]2 bepaalde onderneming, of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, is en het bewijs dat de vennoten op de hoogte werden gebracht;
   11° een kopie van de exploten van bevel en van uitvoerende roerende en onroerende beslagen, zoals deze verschijnen in het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie en overdracht en collectieve schuldenregeling, in het geval dat hij de schorsing van de werkzaamheden van verkoop op onroerend uitvoerend beslag vordert overeenkomstig artikelen XX. 44, §§ 2 en 3 en XX. 51, §§ 2 en 3.
  [4 De kleine of middelgrote onderneming bedoeld in artikel XX.66/1, die, wanneer zij een collectief akkoord ambieert, opteert voor het stelsel bedoeld voor de grote ondernemingen, vermeldt dit in haar verzoekschrift.]4
   Daarnaast kan de schuldenaar bij zijn verzoekschrift alle andere stukken voegen die hij nuttig oordeelt om het verzoekschrift toe te lichten. [4 Hij kan in het bijzonder de namen opgeven van de vertegenwoordigers van het personeel.]4 Hij waakt erover dat de neergelegde stukken geen gegevens inhouden die zijn beroepsgeheim zouden kunnen schenden en voegt, in voorkomend geval, een noot bij zijn verzoekschrift die verantwoordt waarom hij bepaalde stukken op die gronden niet heeft kunnen neerleggen.
   § 3. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de schuldenaar of door diens advocaat. Het wordt met de nuttige stukken neergelegd in het register zoals bepaald in artikel XX.15.
  [4 § 3/1. De schuldenaar die de stukken vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5° tot 9° niet bij zijn verzoekschrift kan voegen, legt ze neer in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting bedoeld in artikel XX.46.
   Indien de schuldenaar ondanks deze termijn niet in staat is de gevraagde documenten te verstrekken, legt hij binnen dezelfde termijn een nota in het register neer waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom hij deze documenten niet heeft kunnen verstrekken.
   De rechtbank oordeelt op grond van de overgelegde stukken.
   § 3/2. Als het verzoekschrift ertoe strekt de onderneming over te dragen in de omstandigheden bedoeld in titel V/II van dit boek, houdt het verzoekschrift de gegevens in vermeld in paragraaf 2, eerste lid, met uitzondering van de gegevens bedoeld onder de nummers 6° en 8°. Het verzoekschrift kan op elk ogenblik worden aangevuld hetzij op initiatief van de schuldenaar hetzij na beslissing van de gedelegeerd rechter.]4
   § 4. Binnen achtenveertig uur deelt de griffier bericht van de indiening van het verzoekschrift mee aan de procureur des Konings, die alle handelingen van de procedure zal kunnen bijwonen. De griffier geeft hierover eveneens een bericht aan de Orde of Instituut waarvan de verzoeker deel uitmaakt indien het verzoekschrift is neergelegd door een onderneming bedoeld in artikel I.1.14°.
   De rechtbank kan het verslag dat is opgesteld door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden overeenkomstig artikel XX.28 voegen bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie [4 en van de overdracht onder gerechtelijk gezag]4.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 222, 059; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (3)<W 2021-03-21/02, art. 7, 097; Inwerkingtreding : 26-03-2021>
  (4)<W 2023-06-07/07, art. 58, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel