Artikel XI.227/1, WER
Art. XI.227/1.[1 § 1. Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de mededeling aan het publiek via directe injectie toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen [2 of in licentie heeft gegeven,]2 aan een producent van een audiovisueel werk, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek via directe injectie.
§ 2. Het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek via directe injectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.
§ 3. Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die auteurs vertegenwoordigen.
Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.
§ 4. Zolang het uniek platform, bedoeld in artikel XI.228/1, niet opgericht is, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de beheersvennootschappen rechtstreeks van de omroeporganisaties en distributeurs van signalen gevorderd worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-11-25/03, art. 12, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(2)<W 2024-02-09/19, art. 37, 129; Inwerkingtreding : 21-03-2024>
§ 2. Het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek via directe injectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.
§ 3. Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die auteurs vertegenwoordigen.
Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.
§ 4. Zolang het uniek platform, bedoeld in artikel XI.228/1, niet opgericht is, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de beheersvennootschappen rechtstreeks van de omroeporganisaties en distributeurs van signalen gevorderd worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-11-25/03, art. 12, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(2)<W 2024-02-09/19, art. 37, 129; Inwerkingtreding : 21-03-2024>
Bron: Justel
