Artikel XII.13, WER

Art. XII.13. [1 § 1. Het gebruik van elektronische post voor reclame is verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschappen.
  Op de gezamenlijke voordracht van de Minister en van de Minister bevoegd voor Justitie, kan de Koning voorzien in uitzonderingen op het verbod als bepaald in het eerste lid.
  § 2. Bij het versturen van reclame per elektronische post zorgt de dienstverlener voor het volgende :
  1° hij verschaft duidelijke en begrijpelijke informatie over het recht zich te verzetten tegen het ontvangen, in de toekomst, van reclame;
  2° hij duidt een geschikt middel aan om dit recht langs elektronische weg efficiënt uit te oefenen en stelt dit middel ter beschikking.
  Op de gezamenlijke voordracht van de Minister en van de Minister bevoegd voor Justitie, bepaalt de Koning de modaliteiten volgens dewelke de dienstverleners de wil van de bestemmeling respecteren om niet langer reclame via elektronische post te ontvangen.
  § 3. Bij het versturen van reclame per elektronische post is het verboden :
  1° het elektronisch adres of de identiteit van een derde te gebruiken;
  2° informatie te vervalsen of te verbergen die het mogelijk maakt de oorsprong van de boodschap van de elektronische post of de weg waarlangs hij overgebracht werd te herkennen;
  3° de bestemmeling van de boodschappen aan te moedigen om websites te bezoeken die artikel XII.12 overtreden.
  § 4. De dienstverlener moet het bewijs leveren dat reclame via elektronische post werd gevraagd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/51, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  
Bron: Justel