Artikel XI.132, WER
Art. XI.132. [1 § 1. De aanvraag voor een kwekersrecht moet tenminste bevatten :
1° een verzoek tot verlening van een kwekersrecht;
2° de identificatie van de botanische taxon;
3° gegevens betreffende de identiteit van de aanvrager, of van de gezamelijke aanvragers;
4° de naam van de kweker alsook een verklaring dat voor zover de aanvrager weet, geen andere personen bij het kweken, of bij het ontdekken en het ontwikkelen van het ras betrokken zijn. Indien de aanvrager niet de kweker is, of indien hij niet de enige kweker is, dient hij de nodige bewijsstukken voor te leggen waarin hij aangeeft op welke grond hij het recht op het kwekersrecht heeft verkregen;
5° een voorlopige aanduiding van het ras;
6° een technische beschrijving van het ras;
7° bijzonderheden over elke eerdere commercialisatie van het ras;
8° bijzonderheden over elke andere aanvraag die werd ingediend voor het ras.
§ 2. De aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden en vormen vastgelegd in deze titel.
§ 3. De Koning kan de elementen, vermeld in paragraaf 1, verduidelijken en aanvullen met andere gegevens.
§ 4. De aanvrager dient een benaming van het ras voor te stellen, die bij de aanvraag kan worden gevoegd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
1° een verzoek tot verlening van een kwekersrecht;
2° de identificatie van de botanische taxon;
3° gegevens betreffende de identiteit van de aanvrager, of van de gezamelijke aanvragers;
4° de naam van de kweker alsook een verklaring dat voor zover de aanvrager weet, geen andere personen bij het kweken, of bij het ontdekken en het ontwikkelen van het ras betrokken zijn. Indien de aanvrager niet de kweker is, of indien hij niet de enige kweker is, dient hij de nodige bewijsstukken voor te leggen waarin hij aangeeft op welke grond hij het recht op het kwekersrecht heeft verkregen;
5° een voorlopige aanduiding van het ras;
6° een technische beschrijving van het ras;
7° bijzonderheden over elke eerdere commercialisatie van het ras;
8° bijzonderheden over elke andere aanvraag die werd ingediend voor het ras.
§ 2. De aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden en vormen vastgelegd in deze titel.
§ 3. De Koning kan de elementen, vermeld in paragraaf 1, verduidelijken en aanvullen met andere gegevens.
§ 4. De aanvrager dient een benaming van het ras voor te stellen, die bij de aanvraag kan worden gevoegd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Bron: Justel
