Artikel VI.35, WER
Art. VI.35.[1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden die Hem krachtens een andere wetsbepaling zijn toegekend, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, voor de goederen of diensten of de categorieën van goederen of diensten die Hij bepaalt:
1° de reclame verbieden of beperken, teneinde een betere bescherming van de veiligheid van de consument en van het leefmilieu te waarborgen;
2° de minimale vermeldingen van de reclame vaststellen, teneinde een betere voorlichting van de consument te verzekeren.
§ 2. [3 Alvorens een besluit ter uitvoering van paragraaf 1 voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO. Wanneer het besluit betrekking heeft op beoefenaars van een vrij beroep worden ook de interprofessionele organisaties van de betrokken beoefenaars van een vrij beroep die niet vertegenwoordigd zijn in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO geraadpleegd. De minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]3]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
(3)<W 2018-04-15/14, art. 93, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
1° de reclame verbieden of beperken, teneinde een betere bescherming van de veiligheid van de consument en van het leefmilieu te waarborgen;
2° de minimale vermeldingen van de reclame vaststellen, teneinde een betere voorlichting van de consument te verzekeren.
§ 2. [3 Alvorens een besluit ter uitvoering van paragraaf 1 voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO. Wanneer het besluit betrekking heeft op beoefenaars van een vrij beroep worden ook de interprofessionele organisaties van de betrokken beoefenaars van een vrij beroep die niet vertegenwoordigd zijn in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO geraadpleegd. De minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]3]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
(3)<W 2018-04-15/14, art. 93, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
