Artikel XX.83/22, WER

Art. XX.83/22. [1 § 1. Op eenzijdig verzoek van de schuldenaar stelt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, wanneer aan de voorwaarden van paragraaf 4 is voldaan, een herstructureringsdeskundige aan, met het oog op het verkrijgen van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64 of het opstellen van een reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
   De schuldenaar verklaart in zijn verzoekschrift in zoverre het strekt tot het verkrijgen van een collectief akkoord of de procedure onderworpen is aan de regels bedoeld in titel V/I hoofdstuk 2, dan wel hoofdstuk 3.
   De schuldenaar dient bij zijn verzoekschrift aan te tonen dat er sprake is van een dreigende insolventie.
   De schuldenaar voegt bij zijn verzoekschrift de stukken voorzien in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 1°, 3° en 4°. De schuldenaar kan in zijn verzoekschrift bepalen welke schuldeisers hij in de besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure wenst te betrekken.
   De procedure is besloten en de beslissingen worden niet bekend gemaakt. De gegevens die in het register bewaard worden zijn vertrouwelijk en slechts toegankelijk voor de schuldenaar, voor de herstructureringsdeskundige, voor de schuldeisers die deelnemen aan de procedure en voor de leden van de hoven en rechtbanken in de uitoefening van hun opdracht.
   § 2. Iedere schuldeiser of kapitaalhouder kan bij de voorzitter van de rechtbank een tegensprekelijk verzoekschrift indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige teneinde het sluiten van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.83/29 te bevorderen of een reorganisatieplan te laten opstellen zoals bedoeld in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
   Als een dergelijk verzoek wordt neergelegd kan de schuldenaar geen verzoek meer instellen tot het voeren van een besloten gerechtelijke reorganisatie zolang geen uitspraak is gedaan over het in het eerste lid bepaalde verzoek.
   Het verzoek bedoeld in het eerste lid is niet ontvankelijk als de schuldenaar reeds het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft neergelegd.
   § 3. Het initieel verzoekschrift van de schuldenaar en de navolgende elementen van de procedure worden in het register neergelegd door de schuldenaar en in voorkomend geval door de herstructureringsdeskundige en daarin bewaard.
   § 4. Het verzoek wordt in raadkamer behandeld binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register.
   Het verzoek bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand van dreigende insolventie tenzij na een kort onderzoek blijkt dat een dergelijk verzoek toewijzen niet in het collectief belang is van de schuldeisers, met inbegrip van dat van de werknemers.
   Het verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt ingewilligd als het ingediend is door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de kapitaalhouders.
   § 5. De beschikking wordt in het register neergelegd.
   § 6. Verzet tegen de beschikking is niet toegelaten. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift en neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van de beschikking. De griffier van het hof van beroep stelt uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift de eventuele verweerder per gerechtsbrief en, in voorkomend geval, zijn raadsman per gewone brief, in kennis van het verzoekschrift.
   Het hoger beroep tegen een beschikking die een herstructureringsdeskundige aanstelt is niet opschortend.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 151, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel