Artikel VI.128, WER
Art. VI.128.[1 De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van boek VI, titels 1, 2, 3, 4, hoofdstukken 1 en 3, en van titel 5, uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken.
De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van boek VI, titel 4, hoofdstukken 2 en 4, uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie en Middenstand.
Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op de goederen of diensten waarvoor binnen het toepassingsgebied van de titels 1 tot 5 een regeling is getroffen of kan worden getroffen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken overeenkomstig het eerste en het tweede lid, moet in de aanhef van het besluit worden verwezen naar de instemming van de betrokken ministers. Die maatregelen worden desgevallend gezamenlijk door de betrokken ministers voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.
Zulks geldt eveneens wanneer, op het gebied van de titels 1 tot 5, maatregelen die moeten worden genomen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken, betrekking hebben op goederen of diensten waarvoor een regeling is getroffen of kan worden getroffen ter uitvoering van dit boek. ]1
[2 Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op intellectuele prestaties kenmerkend voor beoefenaars van een vrij beroep, worden die maatregelen, overeenkomstig het derde en vierde lid, desgevallend gezamenlijk door ministers bevoegd voor Justitie, Economie, KMO en Middenstand, en volksgezondheid voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 96, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van boek VI, titel 4, hoofdstukken 2 en 4, uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie en Middenstand.
Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op de goederen of diensten waarvoor binnen het toepassingsgebied van de titels 1 tot 5 een regeling is getroffen of kan worden getroffen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken overeenkomstig het eerste en het tweede lid, moet in de aanhef van het besluit worden verwezen naar de instemming van de betrokken ministers. Die maatregelen worden desgevallend gezamenlijk door de betrokken ministers voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.
Zulks geldt eveneens wanneer, op het gebied van de titels 1 tot 5, maatregelen die moeten worden genomen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken, betrekking hebben op goederen of diensten waarvoor een regeling is getroffen of kan worden getroffen ter uitvoering van dit boek. ]1
[2 Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op intellectuele prestaties kenmerkend voor beoefenaars van een vrij beroep, worden die maatregelen, overeenkomstig het derde en vierde lid, desgevallend gezamenlijk door ministers bevoegd voor Justitie, Economie, KMO en Middenstand, en volksgezondheid voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 96, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
