Artikel VII.216/95, WER
Art. VII.216/95. [1 Het endossement van een wisselbrief of van een orderbriefje draagt de persoonlijke en zakelijke zekerheden, met name de voorrechten en de hypotheek die de betaling ervan waarborgen, op de geëndosseerde over.
Behoudens andersluidend beding van het contract van kredietopening, genieten de houders van de wisselbrieven en orderbriefjes welke overeenkomstig de bepalingen van dat contract zijn getrokken of geëndosseerd, de zekerheden die de kredietopening waarborgen, ten belope van het bedrag dat krachtens de kredietopening zal verschuldigd blijven.
Zijn de zekerheden niet toereikend om de crediteur en de derden, houders van de wisselbrieven en van de orderbriefjes, te dekken, dan worden die derden betaald bij voorrang boven de crediteur en zo nodig pondspondsgewijs.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 144, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Behoudens andersluidend beding van het contract van kredietopening, genieten de houders van de wisselbrieven en orderbriefjes welke overeenkomstig de bepalingen van dat contract zijn getrokken of geëndosseerd, de zekerheden die de kredietopening waarborgen, ten belope van het bedrag dat krachtens de kredietopening zal verschuldigd blijven.
Zijn de zekerheden niet toereikend om de crediteur en de derden, houders van de wisselbrieven en van de orderbriefjes, te dekken, dan worden die derden betaald bij voorrang boven de crediteur en zo nodig pondspondsgewijs.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 144, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
