Artikel XVII.43/1, WER
Art. XVII.43/1. [1 Behoudens akkoord van de partijen wordt de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel door de rechter in hoger beroep behandeld op grond van de voor de korte debatten voorziene procedure bedoeld in artikel 1066 van het Gerechtelijk Wetboek.
Wanneer de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel niet wordt behandeld op grond van de procedure voor korte debatten, gaat de rechter in hoger beroep over tot de instaatstelling van de zaak overeenkomstig artikel 747, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek en beslist over de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel binnen de zes maanden die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift.
In afwijking van artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek verwijst de rechter in hoger beroep de zaak naar de eerste rechter wanneer hij de door de eerste rechter uitgesproken ontvankelijkheidsbeslissing, zelfs gedeeltelijk, bevestigt of uitspreekt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-04-21/10, art. 27, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Wanneer de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel niet wordt behandeld op grond van de procedure voor korte debatten, gaat de rechter in hoger beroep over tot de instaatstelling van de zaak overeenkomstig artikel 747, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek en beslist over de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel binnen de zes maanden die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift.
In afwijking van artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek verwijst de rechter in hoger beroep de zaak naar de eerste rechter wanneer hij de door de eerste rechter uitgesproken ontvankelijkheidsbeslissing, zelfs gedeeltelijk, bevestigt of uitspreekt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-04-21/10, art. 27, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Bron: Justel
