Artikel VII.164, WER

Art. VII.164.[1 § 1. De leden van het [3 bestuursorgaan]3 van de kredietgevers en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, met name rekening houdend met het verstrekken van kredietovereenkomsten als bedoeld in artikel VII. 160, § 3.
  § 2. De effectieve leiding van de kredietgevers moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
  § 3. De leden van het [3 bestuursorgaan]3 van de kredietgevers en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité, mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden.
  Wanneer de FSMA zich dient uit te spreken over de professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid van een persoon die voor het eerst voor een in deze paragraaf bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiële onderneming die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 26, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  (3)<W 2021-06-27/09, art. 299, 099; Inwerkingtreding : 19-07-2021>

  
Bron: Justel