Artikel XIX.10, WER

Art. XIX.10. [1 § 1. Bij de aanvang van elk huisbezoek bij een consument in het kader van een activiteit van minnelijke invordering van schulden:
   1° identificeert de persoon die een bezoek verricht zich en zegt hij welke schuldinvorderaar hij vertegenwoordigt en voor welke schuldeiser hij optreedt;
   2° geeft de in de bepaling onder 1° bedoelde persoon een document af dat de gegevens bevat bedoeld in artikel XIX.7, § 2, tweede lid, 1° tot 9° ;
   3° wanneer de consument aangeeft dat hij betalingsmoeilijkheden heeft, zet de in de bepaling onder 1° bedoelde persoon uiteen welke mogelijkheden er zijn om een beroep te doen op betalingsfaciliteiten en/of schuldbemiddeling.
   Het document bedoeld in het eerste lid, 2°, vermeldt op duidelijke wijze dat het om een minnelijke en geen gerechtelijke invordering gaat alsook dat de consument niet verplicht is het huisbezoek te ondergaan en er op elk ogenblik een einde aan kan stellen. Daartoe staat de tekst aan het begin van het document, los van de overige tekst, in een afzonderlijk kader, in vetgedrukte letters en minstens in een groter lettertype.
   § 2. Bij iedere volledige of gedeeltelijke betaling van een schuld tijdens een huisbezoek wordt een ontvangstbewijs afgegeven, met vermelding van het ontvangen bedrag en de schuld in kwestie.
   § 3. Er mag geen huisbezoek bij de consument worden uitgevoerd tussen tweeëntwintig uur en acht uur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-04/02, art. 4, 121; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel