Artikel VII.216/145, WER

Art. VII.216/145. [1 De houder van de niet-betaling geeft kennis aan zijn endossant en aan de trekker binnen vier werkdagen, volgende op de dag van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring en, indien de cheque getrokken is met de clausule "zonder kosten", binnen de vier werkdagen, volgende op die der aanbieding. Elke endossant deelt binnen twee werkdagen, volgende op de dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijn endossant mee, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zo vervolgens, teruggaande tot de trekker. Deze termijnen lopen vanaf de ontvangst der voorafgaande kennisgeving.
   Indien overeenkomstig het eerste lid een kennisgeving is gedaan aan iemand wiens handtekening op de cheque voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen dezelfde termijn aan diens avalgever worden gedaan.
   Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan de voorafgaande endossant.
   Hij die een kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iedere vorm, zelfs door enkele terugzending van de cheque.
   Hij moet bewijzen dat hij de kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt verondersteld te zijn in acht genomen, wanneer een brief die de kennisgeving behelst, binnen de genoemde termijn ter post is bezorgd.
   Wie de kennisgeving niet binnen de bovenvermelde termijn doet, treft geen verval van zijn recht; hij is, in voorkomend geval, verantwoordelijk voor de door zijn nalatigheid veroorzaakte schade, zonder dat de schadevergoeding het bedrag van de cheque kan te boven gaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 159, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel