Artikel XI.282, WER
Art. XI.282. [1 § 1. Binnen de FOD Economie wordt een comité opgericht met als doel :
1° het overleg te organiseren voor de uitwerking van de uitvoeringsmaatregelen van de bepalingen van hoofdstuk 9;
2° een overleg over de toepassing van de bepalingen van titel 5 inzake de audiovisuele werken, tussen de in de audiovisuele sector betrokken milieus, te organiseren.
§ 2. Dit comité vergadert ten minste een maal per jaar en is samengesteld uit vertegenwoordigers :
1° van beheersvennootschappen die gemachtigd zijn hun activiteiten op het Belgische grondgebied uit te oefenen;
2° van organisaties die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van audiovisuele werken of omroeporganisaties vertegenwoordigen;
3° van organisaties die de debiteuren van de rechten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;
4° van organisaties die de consumenten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;
5° van het Instituut der bedrijfsrevisoren;
6° van de Commissie voor de Boekhoudkundige Normen.
§ 3. De leden van het overlegcomité die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, kunnen :
1° overleggen over de toepassing van de bepalingen van titel 5, m.b.t. de audiovisuele werken;
2° overeenkomstig de procedure bepaald door de Koning, collectieve overeenkomsten inzake de exploitatie van audiovisuele werken, sluiten.
De collectieve overeenkomsten bepaald in punt 2° kunnen bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard worden ten aanzien van derden. De minister kan weigeren de Koning voor te stellen een collectieve overeenkomst bindend te maken op grond van het feit dat die overeenkomst kennelijk onwettige bepalingen bevat, of bepalingen die indruisen tegen het algemeen belang. Hij brengt de leden bepaald in het eerste lid op de hoogte van de redenen daarvoor.
Binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van de huidige bepaling, en vervolgens elke twee jaar, richt het overlegcomité, dat is samengesteld uit leden die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, een advies aan de minister over de toepassing van de bepalingen van titel 5, inzake de audiovisuele werken, en in het bijzonder inzake de artikelen XI.182, XI.183 en XI.206.
§ 4. De Koning bepaalt de samenstelling, de benoemingsvoorwaarden van de leden, alsook de organisatie en werking van het comité.
De minister duidt in het overlegcomité de leden aan die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken vertegenwoordigen en die gerechtigd zijn om de collectieve overeenkomsten bedoeld in paragraaf 3 te onderhandelen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
1° het overleg te organiseren voor de uitwerking van de uitvoeringsmaatregelen van de bepalingen van hoofdstuk 9;
2° een overleg over de toepassing van de bepalingen van titel 5 inzake de audiovisuele werken, tussen de in de audiovisuele sector betrokken milieus, te organiseren.
§ 2. Dit comité vergadert ten minste een maal per jaar en is samengesteld uit vertegenwoordigers :
1° van beheersvennootschappen die gemachtigd zijn hun activiteiten op het Belgische grondgebied uit te oefenen;
2° van organisaties die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van audiovisuele werken of omroeporganisaties vertegenwoordigen;
3° van organisaties die de debiteuren van de rechten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;
4° van organisaties die de consumenten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;
5° van het Instituut der bedrijfsrevisoren;
6° van de Commissie voor de Boekhoudkundige Normen.
§ 3. De leden van het overlegcomité die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, kunnen :
1° overleggen over de toepassing van de bepalingen van titel 5, m.b.t. de audiovisuele werken;
2° overeenkomstig de procedure bepaald door de Koning, collectieve overeenkomsten inzake de exploitatie van audiovisuele werken, sluiten.
De collectieve overeenkomsten bepaald in punt 2° kunnen bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard worden ten aanzien van derden. De minister kan weigeren de Koning voor te stellen een collectieve overeenkomst bindend te maken op grond van het feit dat die overeenkomst kennelijk onwettige bepalingen bevat, of bepalingen die indruisen tegen het algemeen belang. Hij brengt de leden bepaald in het eerste lid op de hoogte van de redenen daarvoor.
Binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van de huidige bepaling, en vervolgens elke twee jaar, richt het overlegcomité, dat is samengesteld uit leden die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, een advies aan de minister over de toepassing van de bepalingen van titel 5, inzake de audiovisuele werken, en in het bijzonder inzake de artikelen XI.182, XI.183 en XI.206.
§ 4. De Koning bepaalt de samenstelling, de benoemingsvoorwaarden van de leden, alsook de organisatie en werking van het comité.
De minister duidt in het overlegcomité de leden aan die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken vertegenwoordigen en die gerechtigd zijn om de collectieve overeenkomsten bedoeld in paragraaf 3 te onderhandelen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Bron: Justel
