Artikel XVII.88, WER

Art. XVII.88.[1 § 1. Wanneer de benadeelde partij een minnelijke schikking heeft gesloten met de inbreukpleger wordt de schadevordering van de bij de schikking betrokken benadeelde partij verminderd met het aandeel dat de bij de schikking betrokken inbreukpleger heeft gehad in de schade die de benadeelde partij door de inbreuk op het mededingingsrecht heeft geleden.
   De resterende schadevordering van de bij de schikking betrokken benadeelde partij kan alleen worden uitgeoefend tegen niet bij de schikking betrokken inbreukplegers, die daarvoor geen bijdrage kunnen terugvorderen van de bij de schikking betrokken inbreukpleger.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, [2 tweede lid]2, kan de bij de schikking betrokken benadeelde partij, wanneer de niet bij de schikking betrokken inbreukplegers op het mededingingsrecht niet bij machte zijn de met de resterende schadevordering overeenstemmende schade te vergoeden, de resterende schadevordering tegen de bij de schikking betrokken inbreukpleger uitoefenen.
   De in de eerste alinea bedoelde afwijking kan in de voorwaarden van de minnelijke schikkingen uitdrukkelijk worden uitgesloten.
   § 3. Bij het bepalen van het bedrag van de bijdrage dat door een inbreukpleger van een andere inbreukpleger kan worden teruggevorderd naar rato van hun relatieve aansprakelijkheid voor de door de inbreuk op het mededingingsrecht berokkende schade, houdt de rechter rekening met schade die reeds vergoed is in het kader van een vroegere minnelijke schikking waarbij de inbreukpleger in kwestie betrokken was.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 39, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 48, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel