Artikel IV.90, WER

Art. IV.90.[1 § 1. Tegen de beslissingen van het Mededingingscollege of de auditeur bedoeld in de artikelen IV.52, [3 IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2°]3, IV.69, § 1, IV.70, § 3, IV.71, IV.79, IV.80, IV.81 en IV.82 alsmede tegen impliciete beslissingen tot toelating van concentraties door het verstrijken van de in artikelen IV.66, § 3, IV.69, § 2, en IV.70, § 6, bepaalde termijnen of tot afwijzen van een verzoek om voorlopige maatregelen door het verstrijken van de in artikel IV.73, § 1, bepaalde termijn kan uitsluitend bij het Marktenhof beroep worden ingesteld.
   Na de mededeling van de grieven bedoeld in de artikelen IV.46, §§ 1 en 3, en IV.63, § 2, kan bij het Marktenhof beroep worden ingesteld tegen beslissingen van de auditeur en van het personeelslid van het auditoraat bedoeld in [2 artikel IV.26, § 3, 13°]2, betreffende het aanwenden in het onderzoek van de in het kader van een huiszoeking verkregen gegevens, voor zover deze gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt voor het staven van de grieven.
   Tegen andere beslissingen van het Mededingingscollege, de auditeur, de auditeur-generaal, de voorzitter, de voorzitter van het Mededingingscollege of een aangewezen assessor staat alleen het beroep open waarin dit boek uitdrukkelijk voorziet, onverminderd de mogelijkheid om er middelen aan te ontlenen in een in deze paragraaf bedoelde beroepsprocedure voor het Marktenhof, tenzij dit boek uitdrukkelijk bepaalt dat de beslissing niet vatbaar is voor beroep.
  [3 Het Marktenhof neemt verder kennis van de beroepen met betrekking tot de rechtmatigheid van de volgende handelingen:
   1° de kennisgeving gedaan door de Belgische Mededingingsautoriteit met toepassing van artikel IV.78/2;
   2° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
   3° de door de Belgische Mededingingsautoriteit getroffen tenuitvoerleggingsmaatregelen met toepassing van artikel IV.78/4;
   4° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.]3
   § 2. Het Marktenhof oordeelt volgens de procedure zoals in kortgeding in rechte en in feite over de zaak zoals voorgelegd door de partijen.
   Het Hof oordeelt, behalve in [3 de in het derde en vierde lid bedoelde gevallen]3, met volle rechtsmacht met inbegrip van de bevoegdheid om een eigen beslissing in de plaats te stellen van de aangevochten beslissing.
   In zaken betreffende de toelaatbaarheid van concentraties [2 of door het Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake concentraties]2, en in zaken waarin het Hof, anders dan de aangevochten beslissing, een inbreuk vaststelt op de artikelen 101 of 102 VWEU, spreekt het Hof zich alleen uit over de aangevochten beslissing met vernietigingsbevoegdheid. [3 Wanneer het Marktenhof in het kader van een beroep tot vernietiging van een beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in de artikelen IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2°, en IV.69, § 1, of van een impliciete beslissing tot toelating van een concentratie door het verstrijken van de in artikelen IV.66, § 3, en IV.69, § 2, bepaalde termijnen, oordeelt over de wettigheid van een beslissing als bedoeld in artikel IV.70, § 5, kan het Marktenhof zich ertoe beperken, op vraag van de verzoeker en ingeval het beslist tot onwettigheid van deze beslissing, enkel te bevelen dat de forfaitaire vergoeding voor een concentratie bedoeld in artikel IV.10, § 2, tweede lid, gedeeltelijk wordt terugbetaald.]3
  [3 Met betrekking tot de beroepen bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, spreekt het Hof zich eveneens alleen uit over de aangevochten handeling met vernietigingsbevoegdheid.]3
   Ingeval het Marktenhof een in het derde lid bedoelde beslissing [3 of een handeling bedoeld in paragraaf 1, vierde lid]3 geheel of gedeeltelijk vernietigt, wordt de zaak, ten beloop van de vernietiging, teruggezonden naar de Belgische Mededingingsautoriteit. In het geval van een concentratie wordt de concentratie opnieuw onderzocht en beoordeeld in het licht van de dan geldende marktomstandigheden. De aanmeldende partijen dienen zonder verwijl een nieuwe aanmelding in of vullen de oorspronkelijke aanmelding aan ingeval zij onvolledig is geworden doordat er zich wijzigingen hebben voorgedaan in de marktomstandigheden of in de verstrekte informatie. Ingeval er zich geen dergelijke wijzingen hebben voorgedaan, leggen de aanmeldende partijen onverwijld een verklaring in die zin af. De termijnen bedoeld [4 in afdelingen 6 en 7 van hoofdstuk 1 van titel 3]4 vangen aan op de eerste werkdag na de ontvangst door de auditeur-generaal van de volledige gegevens in een nieuwe aanmelding, van een aanvullende aanmelding of van de verklaring van de aanmeldende partijen dat er geen wijzigingen zijn.
   § 3. Het beroep schorst de aangevochten beslissingen [3 of handelingen]3 niet.
   Het Marktenhof kan echter, op verzoek van de belanghebbende en bij beslissing alvorens recht te doen, de tenuitvoerlegging van de beroepen beslissing [3 of handeling]3 geheel of gedeeltelijk schorsen tot op de dag van de uitspraak van het arrest.
   De schorsing van de tenuitvoerlegging kan slechts worden bevolen ingeval ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de aangevochten beslissing [3 of handeling]3 kunnen rechtvaardigen en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing [3 of de handeling]3 ernstige gevolgen kan hebben voor de betrokkene.
   Het Marktenhof kan, in voorkomend geval, bevelen dat het betaalde bedrag van de geldboeten aan de betrokkene wordt terugbetaald.
   § 4. Een beroep bij het Marktenhof kan worden ingesteld door elke bij de aangevochten beslissing [3 of handeling]3 betrokken partij. Het beroep kan ook worden ingesteld door elke persoon die overeenkomstig artikel IV.39, 2°, artikel IV.50, § 2, of artikel IV.65, § 4, een belang kan doen gelden en aan het Mededingingscollege, respectievelijk de auditeur, heeft gevraagd om te worden gehoord. Het beroep kan eveneens door de minister worden ingesteld zonder dat deze een belang moet aantonen en zonder dat hij vertegenwoordigd was voor het Mededingingscollege.
   § 5. [3 Het beroep wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld tegen de Belgische Mededingingsautoriteit door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen na:
   1° de kennisgeving van de aangevochten gemotiveerde beslissing;
   2° de kennisgeving bij aangetekende zending met ontvangstbewijs als bedoeld in artikel IV.78/2, § 4;
   3° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
   4° de tenuitvoerleggingsmaatregelen genomen met toepassing van artikel IV.78/4;
   5° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.]3
   Het verzoekschrift bevat op straffe van nietigheid:
   1° de aanduiding van dag, maand en jaar;
   2° ingeval de verzoeker een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornaam, beroep en woonplaats, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; ingeval de verzoeker een rechtspersoon is, de benaming, de rechtsvorm, de maatschappelijke zetel en de hoedanigheid van de persoon die of het orgaan dat hem vertegenwoordigt, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; ingeval het beroep uitgaat van de minister, de benaming en het adres van de dienst die hem vertegenwoordigt;
   3° [3 de vermelding van de beslissing of de handeling waartegen beroep wordt ingesteld;]3
   4° [3 een lijst van de namen en adressen van de partijen aan wie de beslissing of de handeling ter kennis was gebracht;]3
   5° de uiteenzetting van de middelen;
   6° de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep te Brussel;
   7° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
   Binnen vijf dagen na het indienen van het verzoekschrift moet de verzoeker, op straffe van nietigheid van het verzoek, een afschrift van het verzoekschrift bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs toesturen aan het secretariaat van de Belgische Mededingingsautoriteit dat de voorzitter en de auditeur-generaal inlicht, alsmede aan de partijen aan wie kennis werd gegeven van de aangevochten beslissing [3 of handeling]3 zoals blijkt uit de kennisgevingsbrief, en aan de minister ingeval hij de verzoeker niet is.
   § 6. Incidenteel beroep kan worden ingesteld. Het is slechts ontvankelijk indien het is ingesteld binnen een maand na de ontvangst van de brief waarin paragraaf 5 voorziet.
   Het incidenteel beroep wordt echter niet toegelaten indien het hoofdberoep nietig of laattijdig wordt verklaard.
   § 7. Het Marktenhof kan te allen tijde de personen die partij waren in de procedure die leidde tot het nemen van de aangevochten beslissing [3 of handeling]3 van rechtswege in de zaak betrekken, als het hoofdberoep of het incidenteel beroep hun belangen of verplichtingen kan aantasten.
   Het Marktenhof kan de Belgische Mededingingsautoriteit verzoeken om de mededeling van het proceduredossier.
   De minister kan zijn schriftelijke opmerkingen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel indienen en het dossier ter plaatse op de griffie raadplegen. Het Marktenhof stelt de termijnen vast waarbinnen deze opmerkingen moeten worden ingediend. De griffie brengt deze opmerkingen ter kennis van de partijen.
   Het Marktenhof regelt de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens. Het neemt doeltreffende maatregelen om vertrouwelijke documenten en gegevens te beschermen.
   § 8. In de mate dat het Marktenhof de boetes in de aangevochten beslissing handhaaft, is interest verschuldigd vanaf de datum van de aangevochten beslissing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  (2)<W 2021-02-02/06, art. 6, 096; Inwerkingtreding : 21-02-2021>
  (3)<W 2022-02-28/02, art. 73, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
  (4)<W 2024-03-29/39, art. 48, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>

  
Bron: Justel