Artikel VII.216/3, WER

Art. VII.216/3. [1 De titel waarin een der vermeldingen, in artikel VIII.216/2 aangegeven, ontbreekt, geldt niet als wisselbrief, behoudens in de hieronder in dit artikel genoemde gevallen :
   De wisselbrief waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.
   Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats, aangegeven naast de naam van de betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling en tevens die van de woonplaats van de betrokkene.
   De wisselbrief welke niet de plaats vermeldt waar hij is getrokken, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats aangegeven naast de naam van de trekker.
   De handtekening, waarvan sprake in artikel VII.216/2, 8°, kan vervangen worden door een notariële akte in brevet, die op de wisselbrief gesteld wordt en waaruit de wil blijkt van degene die zou hebben moeten ondertekenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 105, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel