Artikel XX.156, WER
Art. XX.156.[1 De aangifte van elke schuldeiser bevat:
- zijn identiteit, zijn ondernemingsnummer en in voorkomend geval zijn beroep en woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn ondernemingsnummer, zijn maatschappelijke benaming en zijn [2 zetel]2;
- het bedrag en de oorzaken van zijn schuldvordering, de eraan verbonden voorrechten, hypotheken of zakelijke zekerheden op roerende goederen, en de titel waarop zij berust.
Is dat niet het geval, dan kunnen de curatoren de schuldvordering verwerpen of beschouwen als niet preferente schuldvordering.
Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen drie maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring, tenzij het faillissement eerder wordt afgesloten, en vermeldt naam, voornaam en adres van de [3 consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek]3 voor de gefailleerde, bij gebrek waaraan deze bevrijd is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 225, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
(3)<W 2025-06-05/09, art. 11, 142; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
- zijn identiteit, zijn ondernemingsnummer en in voorkomend geval zijn beroep en woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn ondernemingsnummer, zijn maatschappelijke benaming en zijn [2 zetel]2;
- het bedrag en de oorzaken van zijn schuldvordering, de eraan verbonden voorrechten, hypotheken of zakelijke zekerheden op roerende goederen, en de titel waarop zij berust.
Is dat niet het geval, dan kunnen de curatoren de schuldvordering verwerpen of beschouwen als niet preferente schuldvordering.
Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen drie maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring, tenzij het faillissement eerder wordt afgesloten, en vermeldt naam, voornaam en adres van de [3 consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek]3 voor de gefailleerde, bij gebrek waaraan deze bevrijd is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 225, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
(3)<W 2025-06-05/09, art. 11, 142; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
Bron: Justel
