Artikel XVI.26/2, WER
Art. XVI.26/2. [1 Wanneer de gekwalificeerde entiteit een procedure biedt tot regeling van een geschil door aan de partijen een oplossing op te leggen :
1° is de opgelegde oplossing enkel tegenstelbaar aan de partijen als zij voorafgaandelijk en individueel werden geïnformeerd over de bindende aard van de oplossing en ze de bindende aard uitdrukkelijk hebben aanvaard. De uitdrukkelijke aanvaarding van de onderneming is niet vereist als de wet of de contractuele verbintenissen erin voorzien dat de oplossingen bindend zijn voor de ondernemingen;
2° zou de bindende oplossing niet kunnen worden opgelegd aan de consument op grond van een overeenkomst die hij met de onderneming heeft afgesloten waarbij voorzien wordt in de regeling van hun eventuele geschillen wanneer deze overeenkomst werd afgesloten voor het ontstaan van het geschil en wanneer deze tot gevolg heeft dat de consument het recht wordt ontnomen een beroep voor de rechter in te stellen;
3° mag de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat de consument het voordeel ontzegd wordt van de dwingende bepalingen ter bescherming van zijn rechten bij toepassing van het Belgisch recht;
4° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald wordt conform artikel 6, paragrafen 1 en 2, van de verordening (EG) nr. 593/2008, de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op grond van de wet van de lidstaat van de Europese Unie waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft;
5° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald conform artikel 5, paragrafen 1 tot 3, van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, de door een entiteit van de ADR opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van de dwingende bepalingen van de wet van de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2015-10-26/06, art. 69, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
1° is de opgelegde oplossing enkel tegenstelbaar aan de partijen als zij voorafgaandelijk en individueel werden geïnformeerd over de bindende aard van de oplossing en ze de bindende aard uitdrukkelijk hebben aanvaard. De uitdrukkelijke aanvaarding van de onderneming is niet vereist als de wet of de contractuele verbintenissen erin voorzien dat de oplossingen bindend zijn voor de ondernemingen;
2° zou de bindende oplossing niet kunnen worden opgelegd aan de consument op grond van een overeenkomst die hij met de onderneming heeft afgesloten waarbij voorzien wordt in de regeling van hun eventuele geschillen wanneer deze overeenkomst werd afgesloten voor het ontstaan van het geschil en wanneer deze tot gevolg heeft dat de consument het recht wordt ontnomen een beroep voor de rechter in te stellen;
3° mag de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat de consument het voordeel ontzegd wordt van de dwingende bepalingen ter bescherming van zijn rechten bij toepassing van het Belgisch recht;
4° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald wordt conform artikel 6, paragrafen 1 en 2, van de verordening (EG) nr. 593/2008, de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op grond van de wet van de lidstaat van de Europese Unie waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft;
5° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald conform artikel 5, paragrafen 1 tot 3, van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, de door een entiteit van de ADR opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van de dwingende bepalingen van de wet van de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2015-10-26/06, art. 69, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
Bron: Justel
