Artikel XI.205/3, WER

Art. XI.205/3. [1 Bij gebrek aan toepasselijke collectieve overeenkomst, zoals bepaald in artikel XI.205/5, die voorziet in een mechanisme dat vergelijkbaar is met het in dit artikel bedoelde mechanisme, kan de uitvoerende kunstenaar, of zijn vertegenwoordiger, van de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of van de licentienemer, in het kader van een exploitatieovereenkomst, een aanvullende, passende en billijke vergoeding vorderen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag blijkt te zijn in vergelijking met alle relevante daaropvolgende inkomsten die voortvloeien uit de exploitatie van de prestatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/03, art. 32, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
  

  
Bron: Justel