Artikel VI.9, WER
Art. VI.9.[1 § 1. De Koning kan, onverminderd de bevoegdheid die Hem is verleend op het gebied van de volksgezondheid, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument:
1° voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, de etikettering voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;
2° de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde benaming op de markt te mogen worden gebracht;
3° verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
4° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden gebracht;
5° opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
6° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.
§ 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de minister de [2 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]2 en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
1° voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, de etikettering voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;
2° de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde benaming op de markt te mogen worden gebracht;
3° verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
4° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden gebracht;
5° opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
6° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.
§ 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de minister de [2 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]2 en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
