Artikel VII.216/84, WER

Art. VII.216/84. [1 Het bij artikel VII.216/54 uitgesproken verval heeft niet plaats wanneer de trekker in gebreke blijft aan te tonen dat er fonds bezorgd is op de vervaldag, of wanneer hij, na verstrijking van de in artikel VII.216/54 bepaalde termijnen, op om het even welke wijze de voor betaling van de wisselbrief bestemde gelden heeft ontvangen.
   Hetzelfde geldt wanneer de endossant zich onrechtmatig heeft verrijkt.
   In de gevallen van dit artikel, verjaart de overblijvende rechtsvordering door verloop van één jaar met ingang van de in artikel VII.216/54 bepaalde datum van verval.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 140, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel