Artikel VI.7/4, WER

Art. VI.7/4. [1 Onverminderd artikel VII.30, § 3, stelt de onderneming, wanneer de betaling in euro in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming plaatsvindt, aan de consument eveneens een elektronisch betaalmiddel ter beschikking.
   Voor de toepassing van dit artikel is het elektronisch betaalmiddel een ander betaalmiddel dan muntstukken en bankbiljetten uitgedrukt in euro, verstrekt door een betalingsdienstaanbieder als bedoeld in artikel I.9, 2°, betreffende de definities van toepassing op boek VII van het Wetboek van economisch recht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2022-03-17/07, art. 18, 111; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
  

  
Bron: Justel