Artikel VII.100, WER
Art. VII.100.[1 § 1. [4 Wanneer een debetstand zich voordoet in het raam van een kredietopening of een betaalrekening terwijl de kredietgever iedere debetstand die het toegestane kredietbedrag te boven gaat uitdrukkelijk verboden heeft, schort de kredietgever de kredietopnemingen op en eist hij de terugstorting van het bedrag in niet geoorloofde debetstand binnen een termijn van maximaal vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag van de niet geoorloofde debetstand.
In het geval van een niet geoorloofde debetstand bedoeld in het eerste lid die zich voordoet in het raam van een kredietopening kunnen slechts de uitdrukkelijk overeengekomen en door dit boek geoorloofde nalatigheidsinteresten en kosten worden gevraagd. De nalatigheidsinteresten worden berekend op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.
In het geval van een debetstand bedoeld in eerste lid die zich voordoet in het raam van een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst verbonden is, kunnen enkel de volgende bedragen gevraagd worden:
1° de maximale nalatigheidsinterestvoet gelijk aan het maximale jaarlijkse kostenpercentage voor de kredietopening zonder kaart op de datum dat de niet geoorloofde debetstand op een betaalrekening zich voordoet;
2° de overeengekomen kosten voor de maanbrieven en de brieven voor ingebrekestelling, a rato van één verzending per maand. Deze kosten bestaan uit een forfaitair maximumbedrag van 7,50 euro, vermeerderd met de op het ogenblik van de verzending geldende portokosten. De Koning kan dat forfaitair bedrag aanpassen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen;
3° een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan 5 % van de niet geoorloofde debetstand indien de consument een maand na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen. Dit schrijven wordt verstuurd wanneer de consument zijn verplichtingen voortvloeiend uit het eerste lid niet is nagekomen.
In het geval van een debetstand bedoeld in het eerste lid wordt de consument onverwijld, op een duurzame gegevensdrager, op de hoogte gebracht van:
1° de niet geoorloofde debetstand;
2° het bedrag van de niet geoorloofde debetstand;
3° de eventuele boetes, kosten of nalatigheidsinteresten toepasselijk op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.
4° de termijn waarin hij de terugstorting van het bedrag van de niet geoorloofde debetstand eist;
5° een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling, met inbegrip van de voorwaarden voor registratie in de Centrale.
Elke betaling gevraagd met toepassing van het tweede en derde lid wordt omstandig omschreven en verantwoord in een document dat gratis aan de consument overhandigd wordt.
Verboden is en als niet geschreven wordt beschouwd elk beding dat, ingeval de consument zijn verbintenissen niet uitvoert, straffen of schadevergoedingen oplegt waarin dit boek niet voorziet.]4
§ 2. In geval de consument de verplichtingen die voortvloeien uit de vorige paragraaf niet nakomt, stelt de kredietgever een einde aan de overeenkomst binnen de perken van [5 artikel VII.105, § 2, tweede lid, 3°]5, of sluit bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag en dit met eerbiediging van alle bepalingen van dit boek.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 20, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
(3)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(4)<W 2023-07-31/04, art. 4, 130; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
(5)<W 2024-12-20/49, art. 38, 139; Inwerkingtreding : 24-01-2025>
In het geval van een niet geoorloofde debetstand bedoeld in het eerste lid die zich voordoet in het raam van een kredietopening kunnen slechts de uitdrukkelijk overeengekomen en door dit boek geoorloofde nalatigheidsinteresten en kosten worden gevraagd. De nalatigheidsinteresten worden berekend op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.
In het geval van een debetstand bedoeld in eerste lid die zich voordoet in het raam van een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst verbonden is, kunnen enkel de volgende bedragen gevraagd worden:
1° de maximale nalatigheidsinterestvoet gelijk aan het maximale jaarlijkse kostenpercentage voor de kredietopening zonder kaart op de datum dat de niet geoorloofde debetstand op een betaalrekening zich voordoet;
2° de overeengekomen kosten voor de maanbrieven en de brieven voor ingebrekestelling, a rato van één verzending per maand. Deze kosten bestaan uit een forfaitair maximumbedrag van 7,50 euro, vermeerderd met de op het ogenblik van de verzending geldende portokosten. De Koning kan dat forfaitair bedrag aanpassen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen;
3° een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan 5 % van de niet geoorloofde debetstand indien de consument een maand na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen. Dit schrijven wordt verstuurd wanneer de consument zijn verplichtingen voortvloeiend uit het eerste lid niet is nagekomen.
In het geval van een debetstand bedoeld in het eerste lid wordt de consument onverwijld, op een duurzame gegevensdrager, op de hoogte gebracht van:
1° de niet geoorloofde debetstand;
2° het bedrag van de niet geoorloofde debetstand;
3° de eventuele boetes, kosten of nalatigheidsinteresten toepasselijk op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.
4° de termijn waarin hij de terugstorting van het bedrag van de niet geoorloofde debetstand eist;
5° een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling, met inbegrip van de voorwaarden voor registratie in de Centrale.
Elke betaling gevraagd met toepassing van het tweede en derde lid wordt omstandig omschreven en verantwoord in een document dat gratis aan de consument overhandigd wordt.
Verboden is en als niet geschreven wordt beschouwd elk beding dat, ingeval de consument zijn verbintenissen niet uitvoert, straffen of schadevergoedingen oplegt waarin dit boek niet voorziet.]4
§ 2. In geval de consument de verplichtingen die voortvloeien uit de vorige paragraaf niet nakomt, stelt de kredietgever een einde aan de overeenkomst binnen de perken van [5 artikel VII.105, § 2, tweede lid, 3°]5, of sluit bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag en dit met eerbiediging van alle bepalingen van dit boek.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 20, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
(3)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(4)<W 2023-07-31/04, art. 4, 130; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
(5)<W 2024-12-20/49, art. 38, 139; Inwerkingtreding : 24-01-2025>
Bron: Justel
