Artikel XI.216/2, WER

Art. XI.216/2. [1 § 1. Onverminderd de rechten van de auteur, de uitvoerende kunstenaar, de producent van fonogrammen of van eerste vastleggingen van films en van de omroeporganisatie heeft alleen een in een lidstaat van de Europese Unie gevestigde persuitgever het recht om:
   1° zijn perspublicatie op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren voor het onlinegebruik ervan door een dienstverlener van de informatiemaatschappij;
   2° zijn perspublicatie op welke wijze dan ook voor het publiek beschikbaar te stellen voor het onlinegebruik ervan door een dienstverlener van de informatiemaatschappij op zodanige wijze dat de perspublicatie voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk is.
   § 2. De persuitgever en de dienstverlener van de informatiemaatschappij dienen te goeder trouw te onderhandelen met betrekking tot de in paragraaf 1 bedoelde exploitaties en de vergoeding die hiervoor verschuldigd is, voor zover en in de mate dat de persuitgever bereid is om voormelde exploitaties toe te staan.
   Bij het uitblijven van een akkoord kan de meest gerede partij een beroep doen op de geschillenbeslechtingsprocedure voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie bedoeld in artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, waarin kan geoordeeld worden over de vergoeding die voor de in paragraaf 1 bedoelde exploitaties verschuldigd is en waarbij een voor de betrokken partijen bindende administratieve beslissing zoals bedoeld in voornoemd artikel 4 kan worden genomen.
   § 3. De dienstverlener van de informatiemaatschappij verstrekt op schriftelijk verzoek van de persuitgever actuele, relevante en volledige informatie betreffende de exploitatie van perspublicaties opdat de persuitgever de waarde van het in paragraaf 1 bedoelde recht kan inschatten. De dienstverlener van de informatiemaatschappij verstrekt met name informatie betreffende het aantal raadplegingen van de perspublicaties en de inkomsten die de dienstverlener van de informatiemaatschappij genereert door de exploitatie van de perspublicaties.
   De informatie wordt binnen één maand vanaf de dag volgend op de kennisgeving van het schriftelijk verzoek van de persuitgever verstrekt.
   De verstrekte informatie wordt in geen enkel geval gebruikt voor andere doeleinden dan de evaluatie van het in paragraaf 1 bedoelde recht en de toekenning van een passend deel van deze vergoeding zoals bedoeld in paragraaf 6. De verstrekte informatie wordt strikt vertrouwelijk behandeld.
   § 4. De krachtens paragraaf 1 verleende bescherming is niet van toepassing op:
   1° handelingen op het gebied van hyperlinking;
   2° het gebruik van losse woorden of zeer korte fragmenten van een perspublicatie;
   3° het gebruik van werken of prestaties waarvan de bescherming verstreken is.
   § 5. Wordt beschouwd als persuitgever, tenzij het tegendeel wordt bewezen, eenieder die als dusdanig in de perspublicatie, in een reproductie van de perspublicatie of in verband met een mededeling ervan aan het publiek voorkomt door vermelding van zijn naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is.
   § 6. Auteurs van werken die in een perspublicatie zijn opgenomen, hebben recht op een passend deel van de vergoeding die persuitgevers ontvangen van dienstverleners van de informatiemaatschappij voor het gebruik van hun perspublicaties.
   Het deel van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, waarop de auteurs recht hebben, is onoverdraagbaar.
   Het deel van de vergoeding bedoeld in het eerste lid wordt bepaald overeenkomstig een collectieve overeenkomst tussen de persuitgevers enerzijds en de auteurs, bedoeld in het eerste lid, anderzijds.
   Het beheer van het recht op een passend deel van de vergoeding bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België een bijkantoor hebben, worden uitgeoefend.
   Overeenkomstig de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning een beheersvennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die in België het recht op vergoeding, bedoeld in het eerste lid, beheren, belasten met het sluiten van de collectieve overeenkomst, bedoeld in het derde lid, en de inning en verdeling van die vergoeding.
   § 7. De persuitgever verstrekt op schriftelijk verzoek van de beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties bedoeld in paragraaf 6 actuele, relevante en volledige informatie in verband met de vergoeding die de persuitgever ontvangt van de dienstverlener van de informatiemaatschappij.
   De informatie wordt binnen één maand vanaf de dag volgend op de kennisgeving van het schriftelijk verzoek van de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie verstrekt.
   De verstrekte informatie wordt in geen enkel geval gebruikt voor andere doeleinden dan voor de evaluatie van het in paragraaf 6 bedoelde passend deel. De verstrekte informatie wordt strikt vertrouwelijk behandeld.
   § 8. Bij het uitblijven van een akkoord omtrent het passend deel zoals bedoeld in paragraaf 6, kunnen de partijen beroep doen op een commissie. Deze commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de minister en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de persuitgevers en vertegenwoordigers van de rechthebbenden. De commissie legt het passend deel van de vergoeding bedoeld in paragraaf 6 vast. De Koning bepaalt de verdere uitvoeringsmodaliteiten van deze bepaling. De Koning kan de vergoeding voor de leden van deze commissie vastleggen.
   De commissie bedoeld in het eerste lid kan enkel worden gevat indien kan worden aangetoond dat de partijen minstens een poging tot bemiddeling bedoeld in de artikelen 1724 tot 1737 van het Gerechtelijk Wetboek hebben ondernomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/03, art. 39, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
  

  
Bron: Justel