Artikel XI.6, WER
Art. XI.6. [1 § 1. Een uitvinding wordt als nieuw beschouwd indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek.
§ 2. De stand van de techniek wordt gevormd door al hetgeen vóór de datum van indiening van de octrooiaanvraag openbaar toegankelijk is gemaakt door een schriftelijke of mondelinge beschrijving, door toepassing of op enige andere wijze.
§ 3. Als behorend tot de stand van de techniek wordt tevens in aanmerking genomen, de inhoud van :
1° Belgische octrooiaanvragen;
2° Europese octrooiaanvragen;
3° of internationale octrooiaanvragen, waarbij het Europees Octrooibureau het aangewezen bureau is en waarvoor de aanvrager de voorwaarden voorzien in artikel 153(3) of (4) van het Europees Octrooiverdrag, naargelang het geval, en Regel 159(1) van het Uitvoeringsreglement van het Europees Octrooiverdrag, heeft vervuld binnen de voorgeschreven termijn,
zoals die zijn ingediend, waarvan de datum van indiening gelegen is vóór de in paragraaf 2 genoemde datum en die eerst op of na die datum zijn gepubliceerd.
§ 4. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 sluiten de octrooieerbaarheid niet uit van de tot de stand van de techniek behorende stoffen of mengsels, voor zover zij bestemd zijn voor de toepassing van een van de in artikel XI.5, § 7, bedoelde methoden, mits de toepassing daarvan voor een dergelijke methode niet tot de stand van de techniek behoort.
§ 5. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 sluiten voorts de octrooieerbaarheid niet uit van stoffen of mengsels als bedoeld in paragraaf 4 voor een specifieke toepassing in een methode bedoeld in artikel XI.5, § 7, mits die toepassing niet tot de stand van de techniek behoort.
§ 6. Een openbaarmaking van de uitvinding blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van de stand van de techniek, indien deze niet eerder is geschied dan zes maanden voor de indiening van de octrooiaanvraag en indien deze direct of indirect het gevolg is van :
a) een kennelijk misbruik ten opzichte van de aanvrager of diens rechtsvoorganger, of
b) het feit dat de aanvrager of diens rechtsvoorganger de uitvinding heeft tentoongesteld op van overheidswege gehouden of erkende tentoonstellingen in de zin van het Verdrag nopens internationale tentoonstellingen, ondertekend te Parijs op 22 november 1928, en op voorwaarde dat de aanvrager bij de indiening van zijn aanvraag verklaart dat de uitvinding inderdaad is tentoongesteld en een bewijsstuk daarvoor overlegt binnen de termijn en overeenkomstig de voorwaarden gesteld door de Koning.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
§ 2. De stand van de techniek wordt gevormd door al hetgeen vóór de datum van indiening van de octrooiaanvraag openbaar toegankelijk is gemaakt door een schriftelijke of mondelinge beschrijving, door toepassing of op enige andere wijze.
§ 3. Als behorend tot de stand van de techniek wordt tevens in aanmerking genomen, de inhoud van :
1° Belgische octrooiaanvragen;
2° Europese octrooiaanvragen;
3° of internationale octrooiaanvragen, waarbij het Europees Octrooibureau het aangewezen bureau is en waarvoor de aanvrager de voorwaarden voorzien in artikel 153(3) of (4) van het Europees Octrooiverdrag, naargelang het geval, en Regel 159(1) van het Uitvoeringsreglement van het Europees Octrooiverdrag, heeft vervuld binnen de voorgeschreven termijn,
zoals die zijn ingediend, waarvan de datum van indiening gelegen is vóór de in paragraaf 2 genoemde datum en die eerst op of na die datum zijn gepubliceerd.
§ 4. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 sluiten de octrooieerbaarheid niet uit van de tot de stand van de techniek behorende stoffen of mengsels, voor zover zij bestemd zijn voor de toepassing van een van de in artikel XI.5, § 7, bedoelde methoden, mits de toepassing daarvan voor een dergelijke methode niet tot de stand van de techniek behoort.
§ 5. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 sluiten voorts de octrooieerbaarheid niet uit van stoffen of mengsels als bedoeld in paragraaf 4 voor een specifieke toepassing in een methode bedoeld in artikel XI.5, § 7, mits die toepassing niet tot de stand van de techniek behoort.
§ 6. Een openbaarmaking van de uitvinding blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van de stand van de techniek, indien deze niet eerder is geschied dan zes maanden voor de indiening van de octrooiaanvraag en indien deze direct of indirect het gevolg is van :
a) een kennelijk misbruik ten opzichte van de aanvrager of diens rechtsvoorganger, of
b) het feit dat de aanvrager of diens rechtsvoorganger de uitvinding heeft tentoongesteld op van overheidswege gehouden of erkende tentoonstellingen in de zin van het Verdrag nopens internationale tentoonstellingen, ondertekend te Parijs op 22 november 1928, en op voorwaarde dat de aanvrager bij de indiening van zijn aanvraag verklaart dat de uitvinding inderdaad is tentoongesteld en een bewijsstuk daarvoor overlegt binnen de termijn en overeenkomstig de voorwaarden gesteld door de Koning.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
Bron: Justel
