Artikel V.4, WER
Art. V.4.[1 § 1. Indien het dringend is een toestand te vermijden die een ernstig, onmiddellijk en moeilijk te herstellen nadeel kan veroorzaken voor de betrokken ondernemingen of voor de consumenten waarvan de belangen aangetast worden, of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang, kan het Mededingingscollege, behalve voor de prijzen van goederen en diensten waarvan de niveaus kunnen worden vastgesteld door en krachtens de wet, voorlopige maatregelen nemen bedoeld om een einde te stellen aan de praktijken bedoeld in artikel V, 3. Deze maatregelen worden vastgesteld voor een maximale periode van zes maanden. Het Prijzenobservatorium kan aan het Mededingingscollege alle informatie meedelen betreffende de prijzen en de marges die het heeft verzameld op grond van artikel V, 3. Daarbij moet het Prijzenobservatorium rekening houden met de bepalingen van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en van Verordening 223/2009 van het Europese Parlement en van de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek, meer bepaald betreffende de statistische geheimhouding en het finaliteitsbeginsel.
§ 2. De voorzitter of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, legt de datum vast van een zitting, die zal plaatshebben binnen vijftien kalenderdagen na de neerlegging van het verslag van het Prijzenobservatorium, waarop deze laatste en de betrokken partijen vermeld in dat verslag worden gehoord. Het secretariaat brengt de betrokken partijen op de hoogte van deze beslissing. De partijen beschikken over een termijn van vijf werkdagen om voor de zitting inzage te nemen van de neergelegde opmerkingen en stukken, met uitzondering van de passages waarvan de voorzitter van het Mededingingscollege, of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, jegens hen de vertrouwelijkheid aanvaard heeft.
De in deze paragraaf en paragraaf 4 bedoelde termijnen kunnen worden verlengd met maximaal twee weken.
Indien het verslag de betrokken partijen niet vermeldt, nodigt de voorzitter of assessor-ondervoorzitter of assessor die hij afvaardigt, onverwijld de organisaties, vertegenwoordigd bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en die de betrokken sectoren vertegenwoordigen, uit.
§ 3. De partijen, die stukken neerleggen, kunnen de passages aanwijzen die zij vertrouwelijk achten, mits zij hun handeling motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting neerleggen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, beslist over de vertrouwelijkheid van passages en tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
§ 4. Het Mededingingscollege oordeelt binnen een termijn van één kalendermaand na de zitting bedoeld in paragraaf 2 bij een met redenen omklede beslissing of er aanleiding bestaat om voorlopige maatregelen te treffen. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt geen voorlopige maatregel bepaald.
De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op stukken waarvan de ondernemingen of organisaties bedoeld in paragraaf 2, jegens dewelke maatregelen genomen worden, geen kennis hebben kunnen nemen.
§ 5. Het Mededingingscollege kan alle modaliteiten uitvaardigen die nodig zijn voor de toepassing en de uitvoering van zijn beslissing.
§ 6. Het kan zich al het nodige bewijsmateriaal ter hand doen stellen voor de uitvoering van de bevoegdheden die het zijn toevertrouwd bij dit artikel.
Meer bepaald kan het de mededeling voorschrijven van alle boeken, registers en andere boekingsstukken waarvan het bijhouden door of krachtens wettelijke bepalingen is voorgeschreven.
§ 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit zoals beschreven in boek IV.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>
§ 2. De voorzitter of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, legt de datum vast van een zitting, die zal plaatshebben binnen vijftien kalenderdagen na de neerlegging van het verslag van het Prijzenobservatorium, waarop deze laatste en de betrokken partijen vermeld in dat verslag worden gehoord. Het secretariaat brengt de betrokken partijen op de hoogte van deze beslissing. De partijen beschikken over een termijn van vijf werkdagen om voor de zitting inzage te nemen van de neergelegde opmerkingen en stukken, met uitzondering van de passages waarvan de voorzitter van het Mededingingscollege, of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, jegens hen de vertrouwelijkheid aanvaard heeft.
De in deze paragraaf en paragraaf 4 bedoelde termijnen kunnen worden verlengd met maximaal twee weken.
Indien het verslag de betrokken partijen niet vermeldt, nodigt de voorzitter of assessor-ondervoorzitter of assessor die hij afvaardigt, onverwijld de organisaties, vertegenwoordigd bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en die de betrokken sectoren vertegenwoordigen, uit.
§ 3. De partijen, die stukken neerleggen, kunnen de passages aanwijzen die zij vertrouwelijk achten, mits zij hun handeling motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting neerleggen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, beslist over de vertrouwelijkheid van passages en tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
§ 4. Het Mededingingscollege oordeelt binnen een termijn van één kalendermaand na de zitting bedoeld in paragraaf 2 bij een met redenen omklede beslissing of er aanleiding bestaat om voorlopige maatregelen te treffen. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt geen voorlopige maatregel bepaald.
De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op stukken waarvan de ondernemingen of organisaties bedoeld in paragraaf 2, jegens dewelke maatregelen genomen worden, geen kennis hebben kunnen nemen.
§ 5. Het Mededingingscollege kan alle modaliteiten uitvaardigen die nodig zijn voor de toepassing en de uitvoering van zijn beslissing.
§ 6. Het kan zich al het nodige bewijsmateriaal ter hand doen stellen voor de uitvoering van de bevoegdheden die het zijn toevertrouwd bij dit artikel.
Meer bepaald kan het de mededeling voorschrijven van alle boeken, registers en andere boekingsstukken waarvan het bijhouden door of krachtens wettelijke bepalingen is voorgeschreven.
§ 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit zoals beschreven in boek IV.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>
Bron: Justel
