Artikel XX.79, WER

Art. XX.79.[1 § 1. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.
   § 2. De rechtbank beoordeelt of:
   1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.78/2;
   2° het plan tijdig in het register is neergelegd.
   § 3. Indien de rechtbank oordeelt dat de pleegvormen niet werden nageleefd, dat het plan de openbare orde schendt of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast, mag zij bij een met redenen omklede beslissing en vooraleer recht te doen, aan de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen volgens de pleegvormen van artikel XX.75/2. De rechtbank vermeldt in een enkele beslissing alle bezwaren die zij meent te moeten opwerpen ten aanzien van het voorgelegde reorganisatieplan. In dit geval beslist zij dat de periode van opschorting wordt verlengd, zonder dat de bij artikel XX.59 bepaalde maximumtermijn echter kan worden overschreden. Zij stelt ook de datum vast van de zitting waarop zal overgegaan worden tot de stemming over het plan. Tegen de op grond van deze paragraaf gewezen beslissingen kan slechts hoger beroep of verzet worden ingesteld samen met het vonnis dat zich over de homologatie uitspreekt.
   § 4. De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet-naleving van de pleegvormen die door deze wet worden opgelegd, wegens schending van de openbare orde of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast.
   Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.
   Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan kennelijk geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of het faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
   § 5. Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af.
   Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier.]1
  ----------
  (1)<W 2023-06-07/07, art. 114, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel