Artikel IV.33, WER
Art. IV.33.[2 § 1.]2 [1 Het is de Belgische Mededingingsautoriteit verboden gevolg te geven aan een bevel of verzoek van een rechter of rechtscollege tot overleggen van clementie- en immuniteitsverklaringen alsmede [2 schikkingsverklaringen, onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79]2. Een gerechtelijke instantie, met inbegrip van een onderzoeksrechter, kan geen bevel of verzoek in die zin richten tot de Belgische Mededingingsautoriteit.
Het eerste lid vindt geen toepassing in het geval van een strafrechtelijk onderzoek tegen personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, leden van het directiecomité of assessoren.]1
[2 § 2. De partij die toegang heeft verkregen tot het onderzoeksdossier of proceduredossier van de Belgische Mededingingsautoriteit, mag de informatie verkregen uit clementieverklaringen en schikkingsverklaringen, uitsluitend gebruiken wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in procedures voor de nationale rechterlijke instanties, in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarvoor de toegang is verleend, en enkel wanneer dergelijke procedures betrekking hebben op:
1° de verdeling, tussen de deelnemers aan een kartel, van een door een nationale mededingingsautoriteit aan hen hoofdelijk opgelegde geldboete; of
2° het beroep tegen de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, 2°.
§ 3. De partij die in de loop van een procedure voor de Belgische Mededingingsautoriteit de volgende informatie heeft verkregen, mag deze niet gebruiken in een procedure voor de nationale rechterlijke instanties zolang de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure niet heeft beëindigd door de aanname van een beslissing of op een andere manier:
1° de informatie die door een natuurlijke persoon of rechtspersoon specifiek ten behoeve van de procedure van de Belgische Mededingingsautoriteit is voorbereid;
2° de informatie die door de Belgische Mededingingsautoriteit is opgesteld en in de loop van haar procedure aan de partijen is toegezonden; en
3° de schikkingsverklaringen die zijn ingetrokken.]2
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 11, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Het eerste lid vindt geen toepassing in het geval van een strafrechtelijk onderzoek tegen personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, leden van het directiecomité of assessoren.]1
[2 § 2. De partij die toegang heeft verkregen tot het onderzoeksdossier of proceduredossier van de Belgische Mededingingsautoriteit, mag de informatie verkregen uit clementieverklaringen en schikkingsverklaringen, uitsluitend gebruiken wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in procedures voor de nationale rechterlijke instanties, in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarvoor de toegang is verleend, en enkel wanneer dergelijke procedures betrekking hebben op:
1° de verdeling, tussen de deelnemers aan een kartel, van een door een nationale mededingingsautoriteit aan hen hoofdelijk opgelegde geldboete; of
2° het beroep tegen de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, 2°.
§ 3. De partij die in de loop van een procedure voor de Belgische Mededingingsautoriteit de volgende informatie heeft verkregen, mag deze niet gebruiken in een procedure voor de nationale rechterlijke instanties zolang de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure niet heeft beëindigd door de aanname van een beslissing of op een andere manier:
1° de informatie die door een natuurlijke persoon of rechtspersoon specifiek ten behoeve van de procedure van de Belgische Mededingingsautoriteit is voorbereid;
2° de informatie die door de Belgische Mededingingsautoriteit is opgesteld en in de loop van haar procedure aan de partijen is toegezonden; en
3° de schikkingsverklaringen die zijn ingetrokken.]2
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 11, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
